Wat is juist: Ik mankeer niets of Mij mankeert niets?

Mij mankeert niets is volgens veel taalgebruikers nog steeds de beste keus, maar Ik mankeer niets is ook juist.

Van oudsher wordt mankeren ('lijden aan, iets onder de leden hebben, niet gezond zijn') met een indirect object verbonden, om precies te zijn: een ondervindend voorwerp. Meer voorbeelden:

  • Wat mankeert jou in 's hemelsnaam?
  • Iedereen is ziek, maar hem mankeert niets.
  • Wees gerust, ons mankeert echt niets.
  • Wij hadden nergens last van, maar hun mankeerde van alles.

Mankeren komt echter ook voor als een werkwoord zonder ondervindend voorwerp. Het Woordenboek der Nederlandsche Taal geeft daar in 1904 al een voorbeeld van: Wat mankeer je?, en dus niet Wat mankeert je/jou? In de loop van de twintigste eeuw is dit gebruik van mankeren gangbaar geworden. Voor veel mensen zijn de volgende zinnen dus ook prima:

  • Ik mankeer niets.
  • Wat mankeer jij in 's hemelsnaam?
  • Iedereen is ziek, maar hij mankeert niets.
  • Wees gerust, wij mankeren echt niets.
  • Wij hadden nergens last van, maar zij mankeerden van alles.

Het Taalhandboek Nederlands van Van Dale (2012) keurt Ik mankeer niets niet af, maar geeft wel aan dat Mij mankeert niets de voorkeur heeft. Jan Renkema vermeldt in zijn Schrijfwijzer (2012) dat Ik mankeer niets goed is, maar dat Mij mankeert niets ook nog steeds veel voorkomt. Het woordenboek van Koenen vermeldt al sinds 1986 de voorbeeldzinnen Mij mankeert niets en Ik mankeer niets naast elkaar. Allebei de constructies zijn inmiddels juist.