Wat is juist: ‘Ze zeiden dat ze iemand als ik zochten of ‘Ze zeiden dat ze iemand als mij zochten’?

‘Ze zeiden dat ze iemand als ik zochten’ krijgt de voorkeur. Je moet deze zin aanvullen tot ‘Ze zeiden dat ze iemand (zo)als ik ben zochten.’

In iemand als ik/jij/hij/... en vergelijkbare constructies als mensen als zij of een leraar als hij is de onderwerpsvorm van het persoonlijk voornaamwoord juist. Dat fungeert dan als het onderwerp van een bijzin na het voegwoord als. Die bijzin kun je aanvullen met een vorm van het werkwoord zijn. Bijvoorbeeld:

  • Ik ken niemand zoals hij (is).
  • Wij zouden liever iemand als zij (is) aannemen.
  • Iemand als jij (bent) kunnen we voor geen goud missen.
  • Ze vinden zo’n leraar als ik (ben) kennelijk ouderwets.
  • Mensen als wij (zijn) gunnen ze hier geen blik waardig.

Iemand als mij

Toch is er iets aan het veranderen. Voor steeds meer mensen klinkt een zin als ‘Ze zeiden dat ze iemand als mij zochten’ helemaal niet fout. Zij vatten mij hier op als een deel van het lijdend voorwerp (iemand als mij) dat hoort bij zochten. Ze vullen de zin dus niet aan tot iemand (zo)als ik (ben), maar vatten het voegwoord als op als een soort verbindingswoord tussen iemand en mij. De grammtica’s vermelden dit gebruik van als nog niet, maar het is zeker mogelijk dat dit ooit wel gebeurt.