Wat is juist: ‘Het onderwijs wachten grote veranderingen’ of ‘Het onderwijs wacht grote veranderingen’?

Zowel wacht als wachten is grammaticaal mogelijk. Het werkwoord wachten kan namelijk op verschillende manieren worden gebruikt. ‘Het onderwijs wachten grote veranderingen’ is het gebruikelijkst.

Wachten = ‘tegemoetzien’

In ‘Het onderwijs wacht grote veranderingen’ is het onderwijs het onderwerp en is grote veranderingen het lijdend voorwerp. Er staat in feite: ‘Het onderwijs ziet grote veranderingen tegemoet’ of ‘Het onderwijs moet rekenen op grote veranderingen.’ Wachten is in deze zin een zogenoemd overgankelijk werkwoord. Dat betekent dat het een lijdend voorwerp bij zich heeft.

Dit overgankelijke wachten is verouderd. Een zin als ‘Ik wacht een interessante tijd’ klinkt ouderwets, en voor sommigen zelfs ‘fout’.

Wachten = ‘te wachten staan aan’

In ‘Het onderwijs wachten grote veranderingen’ is grote veranderingen het onderwerp. In deze zin is wachten een onovergankelijk werkwoord. Dat betekent dat het geen lijdend voorwerp bij zich heeft, maar wel een meewerkend voorwerp. In deze zin is het onderwijs het meewerkend voorwerp: ‘aan’ het onderwijs staan grote veranderingen te wachten.

Dit onovergankelijke wachten komt nog geregeld voor, maar is wel tamelijk formeel. ‘Mij wacht een zware tijd’ is dan ook een afstandelijke zin. In de praktijk zeggen we eerder iets als ‘Mij staat een zware tijd te wachten’ of iets als ‘Ik zal het zwaar krijgen de komende tijd.’

Nog een paar voorbeelden:

  • De nieuwe topman wacht zware besprekingen. (verouderd)
  • De nieuwe topman wachten zware besprekingen. (formeel)
  • De nieuwe topman kan erop rekenen dat hij zware besprekingen moet voeren.
  • De renners wachten nog één bergetappe. (verouderd)
  • De renners wacht nog één bergetappe. (formeel)
  • De renners staat nog één bergetappe te wachten.