Wat is juist: het geboycotte land of het geboycote land?

 

Het geboycotte land ('het van het maatschappelijk of handelsverkeer uitgesloten land') is juist.

Het voltooid deelwoord geboycot wordt in het geboycotte land gebruikt als een bijvoeglijk naamwoord. Het is helemaal vergelijkbaar met een 'echt' bijvoeglijk naamwoord als vlot (die vlotte oma). Er komt een buigings-e na geboycot/vlot; om een juiste uitspraak te krijgen, moet de t vervolgens verdubbeld worden. Geboycote en vlote zouden immers ten onrechte met een lange [oo]-klank worden uitgesproken.

Werkwoorden als boycotten krijgen in de verleden tijd ook dubbel t: 'Nederland boycotte Zuid-Afrika.' Achter de stam boycot wordt de uitgang te gevoegd, net als bij klopte, siste, enz. (stam klop plus -te; stam sis plus -te).

Hieronder staan meer voorbeelden van werkwoorden als boycotten; er wordt telkens een voorbeeldzin met een verleden tijd gegeven en een zin waarin het voltooid deelwoord als bijvoeglijk naamwoord wordt gebruikt.

  • achteruitzetten: Zij zette gisteren de klok een uur achteruit. - De achteruitgezette klok stond even later stil.
  • afmatten: De eerste training na de zomer matte haar af. - De afgematte tennisster gaf na vijf uur spelen op.
  • afschudden: James Bond schudde zijn achtervolgers natuurlijk weer af. - De afgeschudde achtervolgers gaven het niet op.
  • afschutten: Wendy schutte een hoek van haar achtertuin af. - In die afgeschutte hoek kon ze in maart al in de zon zitten.
  • bedotten: Klaartje bedotte haar oom met een nepdrol. - De bedotte oom kon er wel om lachen.
  • bekladden: Niemand wist wie die muur telkens bekladde. - De bekladde muur werd telkens schoongemaakt.
  • beletten: De agente belette hem de doorgang. - De door de buurt belette sloop van het wijkcentrum was nationaal nieuws.
  • benutten: Veerle benutte alle kansen. - Elke benutte kans betekent een doelpunt.
  • beschutten: Joop beschutte zijn ogen tegen de felle zon. - Op een beschutte plaats overleeft deze plant zelfs de winter.
  • besmetten: Een virus besmette de computer. - De besmette computer werd hersteld.
  • bespatten: Die kwajongen bespatte mij met modder. - Mijn bespatte jas kon ik naar de stomerij brengen.
  • bespotten: Valentijn lachte de anderen uit en bespotte ze. - De bespotte politici lieten het er maar bij zitten.
  • bezetten: In 1940 bezette Duitsland Nederland. - Het bezette Nederland werd in 1945 bevrijd.
  • bijwitten: Oma witte het muurtje in een handomdraai bij. - Het bijgewitte muurtje was algauw droog.
  • brandschatten: De vijand brandschatte alle dorpen die hij tegenkwam. - Iedereen vluchtte uit de gebrandschatte dorpen.
  • buitenzetten: Ans zette de vuilnis buiten. - Meeuwen pikten de buitengezette vuilniszakken kapot.
  • hervatten: De scheidsrechter hervatte de wedstrijd. - De hervatte wedstrijd verliep verder kalm.
  • inbedden: De professor bedde de nieuwe gegevens in haar theorie in. - Ingebedde systemen zijn systemen die vooraf bepaalde taken uitvoeren.
  • indutten: Zodra de trein vertrok, dutte Felicia in. - De ingedutte reiziger werd bij het eindpunt door de conducteur gewekt.
  • inschatten: De minister schatte de problemen niet goed in. - De hoogte van de premie werd bepaald op basis van het ingeschatte risico.
  • invetten: De schaatser vette zijn schaatsen in. - De ingevette schaatsen werden weer opgeborgen.
  • inzetten: De politie zette een waterkanon in. - De ingezette politie had de toestand snel onder controle.
  • klaarzetten: Opa zette de fietsen klaar. - De klaargezette fietsen vielen om.
  • knotten: Vroeger knotte zij met een groep studenten dat rijtje knotwilgen. - De geknotte wilgen zien er kaal uit.
  • leegschudden: Daan schudde zijn portemonnee leeg. - De leeggeschudde portemonnee gooide hij achteloos ter zijde.
  • meejatten: Henk jatte nog snel even een snoepje mee. - Hij verslikte zich in het meegejatte snoepje.
  • neerkladden: Pieter kladde allerlei scheldwoorden neer. - De neergekladde scheldwoorden schokten zijn moeder diep.
  • neerzetten: Hij zette de vaas voorzichtig neer. - Het beleid moet passen binnen de neergezette kaders.
  • omspitten: Veronique spitte de tuin helemaal om. - In de omgespitte tuin plantte ze coniferen.
  • omzetten: De rechter zette de straf om in een geldboete. - De omgezette straf was volgens velen te laag.
  • onderschatten: Zij onderschatte de storm. - De onderschatte storm richtte veel schade aan.
  • ontpitten: De machine ontpitte de kersen. - Veel kinderen durven alleen ontpitte kersen te eten.
  • ontsmetten: De verpleegkundige ontsmette de wond. - De ontsmette wond genas snel.
  • ontvetten: Het nieuwe schoonmaakmiddel ontvette inderdaad fantastisch. - Gebruik alleen ontvette bouillon voor dit gerecht.
  • ontzetten: Haar woede ontzette de toehoorders. - De ontzette toehoorders probeerden haar te kalmeren.
  • openzetten: Zij zette alle ramen open. - Het zonlicht viel naar binnen door de opengezette ramen.
  • opjutten: Die moeder jutte haar zoon altijd erg op bij het voetballen. - Het opgejutte jongetje raakte soms echt zijn hoofd kwijt.
  • opzetten: Opa zette een raar hoedje op. - Mijn dochter is bang voor opgezette dieren.
  • overschatten: De criticus overschatte die kunstenaar. - Die naar mijn idee overschatte kunstenaar krijgt veel te veel aandacht.
  • pletten: Hij plette de bloemen door erbovenop te gaan zitten. - Ik heb de geplette bloemen toch maar in een vaas gezet.
  • rechtzetten: Zij zette de fout snel recht. - De website bevat al weken een niet rechtgezette fout.
  • redden: Zij redde een duif uit de gracht. - De geredde duif klapperde met zijn vleugels.
  • samenvatten: Zij vatte de situatie eerst even samen. - De samengevatte resultaten maken me benieuwd naar het echte onderzoek.
  • schatten: Ik schatte de opbrengst op 5000 euro. - De geschatte opbrengst is 5000 euro.
  • stilzetten: Zij zette de klok stil. - De stilgezette klok bleef ook na de show van Uri Geller stilstaan.
  • stopzetten: De minister zette de subsidie stop. - De stopgezette subsidie leidde tot protesten.
  • terugzetten: Zij zette de beeldjes terug op de kast. - De teruggezette beeldjes waren schoongemaakt.
  • uiteenspatten: De www.luchtbel spatte enkele jaren geleden uiteen. - De uiteengespatte droom achtervolgde hem nog lang.
  • uitputten: De wandeling putte oma te veel uit. - De uitgeputte wandelaars werden net op tijd gered.
  • uitzetten: Het ijs zette uit. - Het uitgezette ijs vertoonde scheuren en barsten.
  • vastkitten: Zij kitte de tegels vast. - De vastgekitte tegels bleven gelukkig allemaal zitten.
  • verhitten: Hij verhitte het mengsel tot 200 graden. - Het verhitte mengsel stonk verschrikkelijk.
  • verpotten: Oma verpotte haar planten. - De verpotte planten groeiden daarna weer prima.
  • verrotten: De vergeten appel verrotte in de fruitmand. - De verrotte appel was helemaal bruin.
  • vertrutten: Mijn tante vertrutte door die bekakte vriendin van haar.
  • - Sommige mensen vinden dat we in een vertrutte maatschappij leven.
  • voortzetten: De arts zette de behandeling voort. - De voortgezette behandeling had uiteindelijk toch succes.
  • vooruitzetten: Zij zette de klok vooruit. - De vooruitgezette klok stond even later stil.
  • wegrotten: Vroeger rotte het gebit van veel mensen gewoon weg. - De half weggerotte bomen werden gekapt.
  • wegzetten: Zij zette haar spaargeld veilig weg. - Het weggezette spaargeld groeide langzaam, maar gestaag.
  • witten: Zij witte de muur. - De gewitte muur is alweer grauw.