Hoe vorm je het voltooid deelwoord van werkwoorden met her-? Wat is bijvoorbeeld het voltooid deelwoord van herroepen, heropleven en herstructureren?

De juiste vormen zijn: herroepen, heropgeleefd en geherstructureerd. Onderaan dit advies vindt u een lijst met veelvoorkomende werkwoorden met her-.

Klemtoon ligt niet op her-

Bij de vorming van het voltooid deelwoord van deze werkwoorden moet allereerst gekeken worden of her- al dan niet beklemtoond is. Als dat niet het geval is, vervalt het voorvoegsel ge-: herínneren - herínnerd, herróépen - herróépen, herwínnen - herwónnen. Dit is verreweg de grootste categorie.

Klemtoon ligt wél op her-

Als her- wel beklemtoond is (zoals bij herinrichten, herwaarderen en heroverwegen), zijn er drie mogelijkheden.

  1. Wordt het gekoppeld aan een scheidbaar samengesteld werkwoord (een werkwoord dat bestaat uit twee delen die niet altijd naast elkaar hoeven te staan, zoals in + richten en op + leven), dan komt ge- tussen de twee delen van dat werkwoord te staan: hérinrichten - héringericht, héruitgeven - héruitgegeven, héropleven - héropgeleefd.
  2. Als het wordt gekoppeld aan een niet-scheidbaar samengesteld werkwoord (waarin de delen wel altijd direct naast elkaar staan, zoals overwegen - overweegt - overwoog) vervalt ge-: héroverwegen - héroverwogen, héronderzoeken - héronderzocht. Ook als her- voorafgaat aan een van de onbeklemtoonde voorvoegsels be-, er-, ge-, ont- of ver-, vervalt ge-. Voorbeelden hiervan zijn hérontginnen - hérontgonnen, hérbegraven - hérbegraven en hérgebruiken - hérgebruikt.
  3. Is er sprake van een niet-samengesteld werkwoord, dan staat ge- vóór her-: hérstructureren - gehérstructureerd, hércatalogiseren - gehércatalogiseerd.

Een lastig geval bij de laatste categorie is herwaarderen. Volgens het Groene Boekje (2015) is zowel geherwaardeerd als herwaardeerd mogelijk. Van Dale (2015) en onze eigen Spellingwijzer Onze Taal (2015) vermelden alleen de vorm met ge-. Deze vorm sluit aan bij de andere werkwoorden van het type her- + -eren (herexamineren - geherexamineerd, herformuleren - geherformuleerd, enz.). 

Een laatste uitzondering is het werkwoord herbergen - geherbergd: dit is geen combinatie van het voorvoegsel her- en het werkwoord bergen, maar een afleiding van het zelfstandig naamwoord herberg, waarin her weer een afleiding is van heer in de betekenis 'leger'. Herbergen wordt als 'gewoon' werkwoord vervoegd; vandaar geherbergd.

Hieronder een lijst met her-werkwoorden en hun voltooid deelwoord:

  • herademen - herademd
  • herbebossen - herbebost
  • herbeginnen - herbegonnen
  • herbeleggen - herbelegd
  • herbeleven - herbeleefd
  • herbenoemen - herbenoemd
  • herbevestigen - herbevestigd
  • herbewapenen - herbewapend
  • herbouwen - herbouwd
  • herdefiniëren - geherdefinieerd
  • herdenken - herdacht
  • herdoen - herdaan
  • herdopen - herdoopt
  • herdrukken - herdrukt
  • herenigen - herenigd
  • herexamineren - geherexamineerd
  • herfinancieren - geherfinancierd
  • herformuleren - geherformuleerd
  • hergebruiken - hergebruikt
  • hergeven - hergeven
  • hergroeperen - gehergroepeerd
  • herhalen - herhaald
  • herijken - herijkt
  • herindelen - heringedeeld
  • herinneren - herinnerd
  • herinrichten - heringericht
  • herintreden - heringetreden
  • herinterpreteren - geherinterpreteerd
  • herintroduceren - geherintroduceerd
  • herinvesteren - geherinvesteerd
  • herkansen - herkanst
  • herkauwen - herkauwd
  • herkennen - herkend
  • herkeuren - herkeurd
  • herkiezen - herkozen
  • herkrijgen - herkregen
  • herladen - herladen
  • herleiden - herleid
  • herleven - herleefd
  • herlezen - herlezen
  • hernemen - hernomen
  • hernieuwen - hernieuwd
  • heronderhandelen - heronderhandeld
  • herontdekken - herontdekt
  • heropbouwen - heropgebouwd
  • heropenen - heropend
  • heroprichten - heropgericht
  • heropvoeden - heropgevoed
  • herordenen - herordend
  • heroriënteren - geheroriënteerd
  • heroveren - heroverd
  • heroverwegen - heroverwogen
  • herpakken - herpakt
  • herplaatsen - herplaatst
  • herrekenen - herrekend
  • herrijzen - herrezen
  • herroepen - herroepen
  • herschatten - herschat
  • herscheppen - herschapen
  • herschikken - herschikt
  • herscholen - herschoold
  • herschrijven - herschreven
  • hersmeden - hersmeed
  • herstellen - hersteld
  • herstemmen - herstemd
  • herstructureren - geherstructureerd
  • hertellen - herteld
  • hertrouwen - hertrouwd
  • heruitbrengen - heruitgebracht
  • heruitgeven - heruitgegeven
  • heruitzenden - heruitgezonden
  • hervallen - hervallen
  • hervatten - hervat
  • herverdelen - herverdeeld
  • herverkavelen - herverkaveld
  • herverzekeren - herverzekerd
  • hervinden - hervonden
  • hervormen - hervormd
  • herwaarderen - geherwaardeerd (in het Groene Boekje ook herwaardeerd; zie boven voor toelichting)
  • herwerken - herwerkt
  • herwinnen - herwonnen
  • herzien - herzien