'Ik stond in de file, anders had ik wel eerder thuis geweest.' Kun je dat zo zeggen?

Je kunt het wel zeggen, maar had geweest is geen standaardtaal. In het Standaardnederlands wordt geweest met (een vorm van) het hulpwerkwoord zijn gecombineerd: 'Ik stond in de file, anders was ik wel eerder thuis geweest.'

Had geweest komt vooral in de spreektaal wel voor – iets vaker in het westen dan in het oosten van het Nederlandse taalgebied. Het wordt als informeel gezien en past daarom niet zo goed in de schrijftaal. "Dit gebruik, dat vrijwel alleen in gesproken taal voorkomt, wordt door maar weinig taalgebruikers tot de standaardtaal gerekend", zegt de Algemene Nederlandse Spraakkunst (onderaan, opmerking 3).

In ouder Nederlands kwam het hulpwerkwoord hebben bij het voltooid deelwoord geweest vaak voor in zogenaamde 'irrealiszinnen': zinnen die een onwerkelijkheid uitdrukken (iets wat níét gebeurd is). Een paar voorbeelden van zulke irrealiszinnen waarin had geweest nog weleens wil opduiken:

  • Scoren had mooi geweest, maar met 0-0 zijn we niet ontevreden.
  • Een beetje meer zon had wel prettig geweest.
  • Het had beter geweest als je je verjaardag in het weekend had gevierd.

Uit een onderzoek van professor J.H. Kern, verricht in de jaren twintig, is gebleken dat het gebruik van had geweest in het Middelnederlands een algemeen verschijnsel was. In de loop der tijd is het steeds meer uit de standaardtaal verdrongen. Had geweest is dus niet 'fout', maar het hulpwerkwoord zijn is tegenwoordige verreweg het gebruikelijkst in de voltooide tijd: 'Anders was ik wel eerder thuis geweest' dus.