Wat is juist: ‘Ik schenk het er in’ of ‘Ik schenk het erin’?

‘Ik schenk het erin’ is juist. Het hele werkwoord in deze zin is niet inschenken, maar schenken. Vergelijk:

  1. Ik schenk het sap niet hier in (het inschenken doe ik wel in de keuken).
  2. Ik schenk het sap niet hierin (ik schenk het wel in iets anders).

In zin 1 is sprake van het werkwoord inschenken; hier is in dit geval een bijwoord van plaats. In mag dan niet aan hier gekoppeld worden. Het is namelijk een deel van het werkwoord inschenken.

In zin 2 is het werkwoord schenken gebruikt, waar in niet bij hoort. Omdat in niet bij het werkwoord hoort, wordt het aan hier vast geschreven.

Wat voor erin schenken geldt, geldt ook voor erin gieten, erin gooien, erin scheppen, erin smijten, erin strooien, enz. Het is dus: ‘Ik giet/gooi/schep/smijt/strooi alles erin.’