Is het meervoud of het enkelvoud goed in ‘Ik was een van de eersten die de grap doorhad/doorhadden’?

Er zijn taalgebruikers die hier alleen het meervoud goed vinden. Die verwijst volgens hen naar eersten, en omdat dat een meervoud is, moet ook de persoonsvorm doorhadden een meervoud zijn: ‘Ik was een van de eersten die de grap doorhadden.’ Toch is het enkelvoud in dit soort zinnen ook mogelijk: ‘Ik was een van de eersten die de grap doorhad.’ 

Nadruk op het individu of op de groep?

Wie kiest voor het enkelvoud in ‘Ik was een van de eersten die de grap doorhad’ heeft vooral het individu (de ‘ik’) voor ogen. Wie kiest voor het meervoud doorhadden, denkt vooral aan de groep mensen die de grap uiteindelijk begrepen (van wie de ‘ik’ er één was). De Algemene Nederlandse Spraakkunst, hét grammaticawerk van het Nederlands, illustreert dit verschil onder meer aan de volgende zinnen:

  • Een van hen die het kunnen weten, is Dick. (= ‘Een uit de groep van mensen die het kunnen weten, is Dick’)
  • Een van hen die het kan weten, is Dick. (= ‘Iemand die het kan weten, is Dick’)

Taalnorm: meervoud is juist

In ‘Ik was een van de eersten die de grap doorhad(den)’ is er grammaticaal gezien dus niets aan te merken op het enkelvoud (en ook niet op het meervoud). Taaladvies.net, de taaladvieswebsite van de Nederlandse Taalunie, noemt zowel het meervoud als het enkelvoud in dit soort zinnen ‘standaardtaal’. De taalnorm die zegt dat een zin als ‘Ik was een van de eersten die de grap doorhad’ fout is, leeft echter nog steeds.

Voorbeelden

Nog enkele voorbeelden:

  • Het was een van de weinige bijdragen die hout sneden.
  • Het was een van de weinige bijdragen die hout sneed.
  • Zij is een van de mensen die wat meer leven in de brouwerij hebben gebracht.
  • Zij is een van de mensen die wat meer leven in de brouwerij heeft gebracht.