Zijn er accenten nodig op de ee in een van beiden?

Nee, de accenten zijn niet nodig; een van beiden is dus juist. Ook in de volgende zinnen is een zonder accenten het best:

  • Jan was een van de eersten met een mp3-speler.
  • Sven is een van de beste schaatsers.
  • Ik zag dat een van de aanwezigen een hond bij zich had.
  • Ik hoop dat een en ander duidelijk is.
  • Barst maar los; ik ben een en al oor.
  • De een houdt van honden, de ander meer van katten.
  • Zij finishte als een-na-laatste.

Eén is juist als echt het telwoord één bedoeld is (je kunt achter de zin en geen twee of meer denken) én als er anders verwarring kan ontstaan. Voorbeelden:

  • Ik moet rijden, dus ik neem maar één biertje.
  • Hij is nummer één in zijn klas.
  • Diabetes is op dit moment volksziekte nummer één.
  • Vanaf dag één van zijn aanstelling ging het mis.
  • Ik heb het verhaal maar van één kant gehoord.
  • We zaten helemaal op één lijn.
  • De aanwezigen stonden als één man op om de jarige toe te zingen.
  • Je moet niet iedereen over één kam scheren.

Deze 'regel' biedt lang niet in alle gevallen uitsluitsel. In de onderstaande zinnen is het telwoord één bedoeld, maar zullen de meeste mensen een ook meteen goed kunnen plaatsen. De accenten zijn dan niet per se nodig, maar wel mogelijk. Wij hebben steeds de knoop al doorgehakt, maar het mag ook anders:

  • De mensen met wie je onder één dak woont, verdienen je tijd en aandacht.
  • In één adem noemde hij alle koppelwerkwoorden op.
  • Ik zag in één oogopslag dat ze zich niet goed voelde.
  • Ik was in één keer genezen van mijn angst voor spinnen.
  • Zij praatten aan één stuk door.
  • Eén keer is geen keer.
  • Eén man is geen man.
  • Als er twee ruilen, moet er één huilen.
  • Twee weten meer dan één.
  • De laatste minuten speelde Ajax achterin een op een.
  • De kandidaten werden een voor een voorgesteld.
  • Een op de vijf kinderen is te dik.
  • Vul een of meer zoektermen in.
  • Honderd tegen een dat Nederland wint.
  • Ik heb nog duizend-en-een dingen te doen.
  • Je moet nu kiezen; het is het een of het ander.