Wat is het verschil tussen een groot man en een grote man?

Een groot man is een aanduiding voor een man die in moreel of intellectueel opzicht gunstig afsteekt bij de ‘gewone’ mensen. Een grote man heeft die extra lading niet: dat is een uitspraak over iemands postuur.

Het bijvoeglijk naamwoord kan dus onverbogen blijven in een combinatie van het lidwoord een met man (zoals in een groot/belangrijk/bijzonder man). Dat kan ook als het om andere persoonsaanduidingen gaat. Door de buigings-e in bijvoorbeeld een begenadigd spreker weg te laten, ligt er extra nadruk op het feit dat iemand als spréker begenadigd (‘heel goed’) is. Met bijvoorbeeld een knap chirurg wordt niets gezegd over het uiterlijk van de desbetreffende arts, maar over zijn of haar kundigheid. Als iemand een slecht zakenman wordt genoemd, is niet bedoeld dat hij een slecht mens is, maar dat hij als zakenman niet getalenteerd is.

In het meervoud wordt de buigings-e meestal wel geschreven: ‘Ook grote mannen hebben hun fouten’, ‘Beroemde sporters zijn uiteindelijk ook maar gewone mensen.’ Als het bepaald lidwoord de wordt gebruikt, verschijnt de buigings-e meestal ook: de geweldige actrice, de slechte zakenman.

Meer voorbeelden

In de voorbeelden hieronder heeft het bijvoeglijk naamwoord niet direct betrekking op het uiterlijk of innerlijk van de genoemde persoon, maar op iets wat hij of zij goed kan of op intellectueel, moreel, artistiek of sportief vlak te bieden heeft (of juist niet te bieden heeft). Daarom kan de buigings-e wegblijven.

  • een begaafd beeldhouwer/beeldhouwster
  • een begenadigd spreker/spreekster
  • een beroemd sporter/sportster
  • een beroerd zwemmer/zwemster
  • een briljant dichter/dichteres
  • een dapper man
  • een dolend ridder
  • een edel heer
  • een enorm voorstander/voorstandster
  • een fanatiek sporter/sportster
  • de geestelijk vader (‘Marnix Rueb was de geestelijk vader van Haagse Harry’)
  • een gerenommeerd advocaat/advocate
  • een geweldig acteur/actrice
  • een goed debater
  • een groot dichter/dichteres
  • een groot schilder/schilderes
  • een groot schrijver/schrijfster
  • een groot fan/liefhebber/liefhebster
  • een groot tegenstander/voorstandster
  • een knap chirurg/chirurge
  • een matig leider/leidster
  • een middelmatig speler/speelster
  • een nobel heer
  • een oorspronkelijk denker/denkster
  • een slecht zakenman/zakenvrouw
  • een welbespraakt man