Met een groot man bedoel je iemand die veel wijzer, intelligenter, fatsoenlijker, nobeler en eerlijker is dan de ‘gewone’ mensen zijn. Als je iemand een grote man noemt, heb je het over iemands postuur. In dat geval voeg je en -e toe aan het bijvoeglijk naamwoord groot, volgens de basisregels voor die buigings-e. 

Een groot man is echt een vaste combinatie met een heel positieve betekenis. Maar je kunt ook bij andere persoonsaanduidingen de buigings-e weglaten als je het onbepaalde lidwoord een gebruikt. Bijvoorbeeld:

  • een knap chirurg
  • een begenadigd spreker
  • een slecht zakenman

Door te spreken van een knap chirurg, maak je duidelijk dat je iets zegt over diens kundigheid als arts. Als je iemand een knappe chirurg noemt, heb je het over diens uiterlijk. Als je iemand een begenadigd spreker noemt, ligt er extra nadruk op het feit dat iemand als spréker begenadigd (‘heel goed’) is. En in een slecht zakenman ligt er veel nadruk op het feit dat die persoon als zakenman niet getalenteerd is. Het is geen ‘slecht mens’. 

Toch kun je iemand ook een begenadigde spreker en een slechte zakenman noemen. Dan ligt er dan iets minder nadruk op de bedoelde eigenschap (goed kunnen spreken, een slecht zakeninstinct hebben), maar er is geen duidelijk betekenisverschil zoals bij een knappe chirurg en een knap chirurg. Of je voorkeur uitgaat naar een begenadigde spreker en een slechte zakenman of naar een begenadigd spreker en een slecht zakenman is dus vooral een smaakkwestie.

Klik op het tabblad ‘Voorbeelden’ hierboven om meer voorbeelden te zien van dit soort vaste combinaties waar de -e kan wegblijven.

Meervoud

In het meervoud wordt de buigings-e meestal wel geschreven: ‘Ook grote mannen hebben hun fouten’, ‘Zelfs knappe chirurgen maken weleens fouten’, ‘Sommige slechte zakenmannen hebben toch ineens succes.’

Als je het bepaald lidwoord de gebruikt, verschijnt de buigings-e meestal ook: de begenadigde spreker, de slechte zakenman.

Blij met deze uitleg?

Met een donatie van € 5 steun je Onze Taal. Bedankt!

Meer voorbeelden

In de voorbeelden hieronder heeft het bijvoeglijk naamwoord niet direct betrekking op het uiterlijk of innerlijk van de genoemde persoon, maar op iets wat hij of zij goed kan. De nadruk ligt dus op wat zo iemand op intellectueel, moreel, artistiek of sportief vlak te bieden heeft (of juist niet te bieden heeft). Daarom kan de buigings-e wegblijven.

  • een begaafd beeldhouwer/beeldhouwster
  • een begaafd musicus
  • een begaafd stilist/stiliste
  • een begenadigd spreker/spreekster
  • een beroemd sporter/sportster
  • een beroerd zwemmer/zwemster
  • een briljant dichter/dichteres
  • een briljant uitvinder/uitvindster
  • een briljant wetenschapper/wetenschapster
  • een dapper man
  • een dolend ridder
  • een edel heer
  • een enorm voorstander/voorstandster
  • een fanatiek sporter/sportster
  • de geestelijk vader van ... (‘Marnix Rueb was de geestelijk vader van Haagse Harry’)
  • een gerenommeerd advocaat/advocate
  • een geweldig acteur/actrice
  • een goed debater/debatester
  • een groot dichter/dichteres
  • een groot schilder/schilderes
  • een groot schrijver/schrijfster
  • een groot fan/liefhebber/liefhebster
  • een groot sportman/sportvrouw
  • een groot tegenstander/voorstandster
  • een knap chirurg/chirurge
  • een matig leider/leidster
  • een middelmatig speler/speelster
  • een nobel heer
  • een oorspronkelijk denker/denkster
  • een slecht zakenman/zakenvrouw
  • een welbespraakt man