Wat is het (gebruiks)verschil tussen echter en maar?

Echter duidt een tegenstelling aan; het lijkt op maar. Maar er zijn een paar verschillen tussen echter en maar. Echter is vooral een schrijftaalwoord. En zelfs in schrijftaal doet het al snel wat stijf en formeel aan. In veel gevallen is maar dan een goed alternatief. Maar echter en maar zijn andere woordsoorten: maar is een voegwoord en echter een bijwoord. En dat heeft gevolgen voor de woordvolgorde in zinnen met maar en echter.

Echter

Het woord echter kan op verschillende plaatsen in de zin staan. Vaak staat het ergens na de persoonsvorm:

  • Dit bleek echter niet te kloppen.
  • Uiteindelijk wilde hij me echter wel helpen.
  • De minister liet echter een onderzoek uitvoeren.

Soms staat echter direct na het eerste zinsdeel:

  • De directie echter gaat ermee akkoord.
  • In de avond echter kan het gaan regenen.

Tot slot kan een zin beginnen met echter: er volgt dan altijd een komma. Echter staat in dit geval buiten de feitelijke zin en aan de woordvolgorde van de verdere zin verandert niets:

  • Echter, dat kost te veel.
  • Echter, dit bleek niet te kloppen.

Maar

Maar kan alleen vooraan in (een deel van) een zin staan zónder komma erachter:

  • We vroegen om aardbeienijs, maar kregen kersenijs.
  • Maar dat kost te veel.
  • Maar dit bleek niet te kloppen.

Zinnen als ‘Echter bleek dit niet te kloppen’ en ‘Echter kost dat te veel’ komen in de praktijk veel voor, en waren vroeger (tot zo’n tachtig jaar geleden) wel correct. Tegenwoordig wordt deze volgorde door de meeste mensen als fout beschouwd.

Maar en echter in één zin

Maar en echter komen niet in één zin voor. Dat is dubbelop.