Hoe heet het zinsdeel voor de winnaar in de zin ‘Er klonk een luid applaus voor de winnaar’?
 

In deze zin is voor de winnaar het belanghebbend voorwerp. Het drukt uit voor wie iets bestemd is. Kenmerkend voor het belanghebbend voorwerp is dat het ingeleid wordt door voor (of ten bate van, ten behoeve van). Bij de werkwoorden inschenken en bereiden kan voor achterwege blijven: ‘Ik schenk hem een borrel in’, ‘Zij bereidde ons een heerlijke maaltijd.’ Die laatste zin is overigens wel wat formeel/ouderwets.

Het verschil tussen het belanghebbend voorwerp en het meewerkend voorwerp zit vooral in de vorm: het belanghebbend voorwerp begint meestal met voor, het meewerkend voorwerp met aan (of aan kan erbij gedacht worden). Het verschil met het voorzetselvoorwerp is dat het voorzetselvoorwerp een vaste combinatie is van werkwoord en voorzetsel (wachten op iets, bang zijn voor iets). Vergelijk de volgende zinnen:

  • Ik geef (aan) mijn zus een boek. ((aan) mijn zus is meewerkend voorwerp)
  • Ik heb iets meegebracht voor mijn zus. (voor mijn zus is belanghebbend voorwerp)
  • Hij is bang voor mijn zus. (voor mijn zus is een voorzetselvoorwerp)