Het wederkerend voornaamwoord verwijst bijna altijd terug naar het onderwerp van de zin. Welke vorm juist is, hangt dan ook af van het onderwerp van de zin.

  enkelvoud meervoud
eerste persoon me(zelf), mij(zelf) ons(zelf)
tweede persoon je(zelf), u(zelf)/zich(zelf) je(zelf), u(zelf)/zich(zelf)
derde persoon zich(zelf) zich(zelf)

De vormen met zelf krijgen meer nadruk. Vergelijk bijvoorbeeld ‘Iedereen kan leren zich te verdedigen’ en ‘Iedereen kan leren zichzelf te verdedigen.’ 

Bij u kan zowel u(zelf) als zich(zelf) gebruikt worden: ‘U kunt u/zich bij de balie aanmelden.’ Het gebruik van zich heeft de voorkeur als er anders twee keer u achter elkaar zou komen te staan. ‘Meldt u u bij de balie’ leest niet zo prettig; ‘Meldt u zich bij de balie’ is daarom beter. Zie hiervoor ook het advies over ‘u vergist u/zich’.

Enkele voorbeelden (de wederkerende voornaamwoorden zijn gecursiveerd):

  • De kapper scheert zich(zelf).
  • Bij het schillen van de aardappels heb ik me(zelf) gesneden.
  • Jan vroeg Karel of die zichzelf herkende op de politiefoto's.
  • Wij vragen ons al jaren af wanneer de Olympische Spelen eens in Nederland gehouden worden.

De wederkerige voornaamwoorden zijn elkaar en de varianten elkander en mekaar. Deze woorden drukken uit dat twee personen een wederzijdse handeling verrichten: ‘Sem en Indy groeten elkaar’ en ‘We hebben elkaar gisteren nog gezien.’

Toch nog een vraag?

Onze taaladviseurs staan elke werkdag voor je klaar. Neem contact op via

Bel 085 00 28 428 van 9.30 tot 12.00 uur (op donderdag tot 11.00 uur) en van 13.30 tot 16.00 uur Bel 085 00 28 428 van 9.30 tot 12.00 uur (op donderdag tot 11.00 uur) en van 13.30 tot 16.00 uur

(gebruikelijke belkosten, geen extra kosten)

Of stel je vraag via social media of per mail