Meestal is het tweede deel een werkwoord en het eerste een bijwoord, een bijvoeglijk naamwoord of een zelfstandig naamwoord: overdrijven, hardlopen, huishouden. Grammaticaal gezien is het dus een samenstelling

Samengestelde werkwoorden kunnen scheidbaar of onscheidbaar zijn. Bij scheidbare werkwoorden kunnen er andere woorden geplaatst worden tussen de delen van het werkwoord: ‘Het komt regelmatig voor dat voetbalwedstrijden uitlopen op rellen.’ Bij onscheidbare werkwoorden kunnen de delen niet uit elkaar worden gehaald: ‘Hij stofzuigt elke dag vanwege de kattenharen.’

Enkele veelvoorkomende samengestelde werkwoorden zijn:

  • bekendmaken
  • dichtdoen
  • dienstdoen
  • doodmaken
  • gelijkkomen
  • gelijkmaken
  • goeddoen
  • goedmaken
  • kapotmaken
  • kennisgeven
  • kennismaken
  • klaarkomen
  • klaarmaken
  • kwijtmaken
  • leegmaken
  • lesgeven
  • losdoen
  • loskomen
  • losmaken
  • natmaken
  • omhoogkomen
  • opendoen
  • plaatsmaken
  • rondkomen
  • samenkomen
  • schoonmaken
  • stukmaken
  • terechtkomen
  • thuiskomen
  • vooruitkomen
  • vormgeven
  • vrijmaken
  • waarmaken
  • weergeven
  • wegdoen
  • wegkomen
  • wegmaken
  • wijsmaken
  • zakendoen
  • zich blootgeven
  • zoekmaken
  • zwartmaken

Samengestelde werkwoorden worden aan elkaar geschreven als de twee delen naast elkaar in de zin staan:

  • Weet je zeker dat je liever gebruikmaakt van het openbaar vervoer dan van mijn aanbod om mee te rijden?
  • Ik hoop dat die bui snel overdrijft.
  • Wat heeft die storm vannacht huisgehouden.

Toch nog een vraag?

Onze taaladviseurs staan elke werkdag voor je klaar. Neem contact op via

Bel 085 00 28 428 van 9.30 tot 12.00 uur (op donderdag tot 11.00 uur) en van 13.30 tot 16.00 uur Bel 085 00 28 428 van 9.30 tot 12.00 uur (op donderdag tot 11.00 uur) en van 13.30 tot 16.00 uur

(gebruikelijke belkosten, geen extra kosten)

Of stel je vraag via social media of per mail