Hoe noem je mensen van hogere leeftijd: bejaarden, senioren, ouderen, gepensioneerden of iets anders?
Het hangt af van de context welk woord het meest geschikt is. Wees als het kan zo concreet mogelijk bij het benoemen van leeftijd, bijvoorbeeld: 65+’ers, 70+’ers of 80+’ers.
Als het relevant is om een leeftijd(sgroep) te benoemen, is het over het algemeen aan te raden om te kiezen voor een concrete en feitelijke omschrijving als zestigers, 65+’ers, 70+’ers, tachtigplussers, 85-plussers, enzovoort. Op deze manier laat je op een neutrale manier precies weten wat je bedoelt.
Generaliserende aanduidingen: ouderen, senioren, gepensioneerden
In de praktijk zie je dat er op veel verschillende manieren naar oudere personen wordt verwezen. Ouderen en senioren zijn hierbij algemeen gangbare, maar eigenlijk wat vage begrippen. Want vanaf welke leeftijd vallen mensen onder deze categorieën?
De term gepensioneerden komt ook voor. Dit woord heeft eigenlijk betrekking op iemands levenssituatie en niet op iemands leeftijd. Bovendien verschuift de pensioenleeftijd, en daarbij is niet iedereen die pensioengerechtigd is ook daadwerkelijk met pensioen. Het is dus een onhandig begrip als je iets over leeftijd wilt zeggen.
Dit betekent niet dat je deze termen altijd moet vermijden. Je kunt deze koepeltermen goed gebruiken om te verwijzen naar vaag omlijnde groepen of meer algemene uitspraken te doen, zoals ‘Ik vind het belangrijk dat mijn kinderen zich netjes gedragen tegenover ouderen.’ Of als je later uitlegt wat je specifiek bedoelt, zoals ‘Er wonen veel senioren in het dorp: 40% van de inwoners is 70-plus.’
Beladen aanduidingen: bejaarden
Een andere veelgebruikte term is bejaarden. Die zie je ook weleens terug in samenstellingen als bejaardentehuis en bejaardenzorg. De term heeft zeker twee nadelen: ook hier is onduidelijk welke mensen precies onder bejaarden vallen, en de term heeft voor heel wat mensen een negatieve gevoelswaarde gekregen, namelijk van zorgbehoevendheid, aftakeling en niet meer meetellen in de samenleving.
Of een woord een positieve of negatieve gevoelswaarde heeft, kan van persoon tot persoon verschillen. Het hangt ook af van de context of een bepaalde term geschikt is. Schertsende termen als oudjes of pensionado’s kunnen in een informele setting beter vallen dan in officiële of professionele communicatie.
Specifiek en duidelijk
Als je zulke vage en minder neutrale aanduidingen wilt vermijden, is het dus beter om specifiek te zijn. Zeg bijvoorbeeld:
- Deze regeling is bedoeld voor 65+’ers.
- Zeventigers en tachtigers vormen de grootste groep op deze busreis.
Ouderen, senioren en 65+’ers zijn voorbeelden van woorden die naar groepen mensen verwijzen. In gevallen waarin je naar een specifiek persoon verwijst, is het ook aan te raden om concreet te zijn:
- Mijn docent, die 67 is, viert vandaag dat hij al 40 jaar in dienst is.
- De 78-jarige zangeres overweegt nog een wereldtournee te doen.
Jongeren, jongvolwassenen
Hetzelfde geldt trouwens ook voor aanduidingen van jongere mensen. Maak vage koepeltermen als jongeren en jongvolwassenen concreet waar dat mogelijk is:
- De campagne richt zich op 18- tot 25-jarigen.
- Maastrichtse dertigminners hebben meer vertrouwen in de huizenmarkt dan tien jaar geleden.
Over welke leeftijd(sgroep) je het ook hebt, het is altijd goed om na te gaan of je geen stereotypen en vooroordelen versterkt. Lees meer daarover op het tabblad ‘Achtergrond’.
Blij met deze uitleg?
Met een donatie van € 5 steun je Onze Taal. Bedankt!
Let op stereotypen
Als je het hebt over leeftijd, pas dan op met het versterken van stereotypen. Elke leeftijdscategorie kent wel haar stereotypen en vooroordelen, zowel positief als negatief.
Vooral bij ouderen kan dat vervelend uitpakken. Jongeren weten namelijk dat ze niet altijd jong zullen blijven. Een stereotype over jongeren is dus tijdelijk, waardoor zij zich er minder mee identificeren. Oudere mensen weten dat hun ‘status’ niet meer verandert, waardoor stereotypen moeilijker te negeren zijn.
Daarnaast wordt jeugdigheid vaak gezien als ideaalbeeld, met kenmerken als gezond, productief en zelfstandig. Deze (onbewuste) aannames en idealen zie je ook terug in taal. Denk bijvoorbeeld aan zinnen als ‘Tien tips om te voorkomen dat je huid er ouder uit gaat zien.’ Daar wordt een ‘oudere’ huid gepresenteerd als iets wat je niet wilt hebben.
Het is aan te raden om je eigen teksten hierop na te lezen: bevestiging of versterk je zelf geen stereotypen of vooroordelen? Je kunt in ieder geval het volgende testje gebruiken. Als je bijvoorbeeld het woord oud (of een vergelijkbare term) gebruikt, kun je dit vervangen door een kenmerk als gender of etniciteit. Klinkt de zin beledigend, dan kun je zo’n term beter weglaten of de zin herformuleren. Kijk bijvoorbeeld naar de volgende zinnen:
- Ze is hartstikke flexibel voor haar leeftijd.
- Ze is hartstikke flexibel voor een vrouw.
De vervangingstest helpt je om dit voor een specifieke zin te controleren. Maar uiteindelijk kunnen er, door je formulering en toon, onbedoelde waardeoordelen en stereotypen in je tekst sluipen.