Mijn in mijn zusje is een bezittelijk voornaamwoord. Wie mijn zusje informeler of met minder nadruk wil opschrijven, kan voor m’n zusje kiezen. Me is niet goed, want me is geen bezittelijk maar een persoonlijk voornaamwoord, net als mij. Voor veel mensen zijn formuleringen als ‘Me zusje kan goed zingen’ en ‘Ik ga dit weekend naar me vader’ een grote taalergernis. Net zoals mij zusje niet goed is, is ook me zusje niet juist.

Me is dus geen alternatief voor het bezittelijk voornaamwoord mijn/m’n. Een paar voorbeelden met mijn/m’n.

  • Mijn zoontje lust olijven!
  • M’n zoontje lust olijven!
  • Dat moet je aan mijn moeder vragen.
  • Dat moet je aan m’n moeder vragen.

Me betekent mij

Me kan alleen gebruikt worden als de onnadrukkelijke vorm van mij

  • De caissière vroeg mij of ik zegels wilde. 
  • De caissière vroeg me of ik zegels wilde.
  • Vraag mij niet telkens hoe laat het is!
  • Vraag me niet telkens hoe laat het is!

Toch nog een vraag?

Onze taaladviseurs staan elke werkdag voor je klaar. Neem contact op via

Bel 085 00 28 428 van 9.30 tot 12.00 uur (op donderdag tot 11.00 uur) en van 13.30 tot 16.00 uur Bel 085 00 28 428 van 9.30 tot 12.00 uur (op donderdag tot 11.00 uur) en van 13.30 tot 16.00 uur

(gebruikelijke belkosten, geen extra kosten)

Of stel je vraag via social media of per mail

woordsoort rol nadrukkelijke vorm onnadrukkelijke vorm
persoonlijk voornaamwoord onderwerp ik
Ik denk dat het wel lukt.
’k
’k Denk dat het wel lukt.
persoonlijk voornaamwoord niet-onderwerpsvorm mij
Haal mij maar op.
Geef mij dat boek.
Kijk naar mij.
me
Haal me maar op.
Geef me dat boek.
Kijk naar me.
bezittelijk voornaamwoord bezitsvorm mijn
Dat zijn mijn broertje en mijn zusje.
m’n
Dat zijn m’n broertje en m’n zusje.