Komma’s moeten een lezer helpen de pauzes te leggen waar de schrijver ze ook bedoelde te leggen. Plaats dus een komma als er bij het voorlezen (hardop of ‘in je hoofd’) een duidelijke pauze hoorbaar is. Ook de toonhoogte waarmee je de zin uitspreekt, verandert dan vaak een beetje. Hoe langer de zin is, hoe meer behoefte je lezers hebben aan een rustpunt in de zin, en dus aan een komma.

In de volgende gevallen is een komma vrijwel altijd op z’n plaats:

  • In opsommingen: ‘Zij schrijft artikelen, essays, romans, verhalen en columns.’
  • Tussen gelijkwaardige bijvoeglijke naamwoorden: ‘Oma had een mooie, oude, donkere linnenkast.’ (Meer voorbeelden vindt u hier.)
  • Voor en na een bijstelling: ‘Kamp, de minister van Defensie, deed een nieuw voorstel.’
  • Voor en na een uitbreidende bijzin: ‘Mijn buurman Arend, die vroeger een collega van mij was, heeft alles geregeld voor het straatfeest.’ (Zie ook ons advies over de komma voor die en dat.)
  • Na de aanhef boven een e-mail of brief: ‘Geachte heer/mevrouw,’ of ‘Beste allemaal,’.
  • Na een slotgroet onderaan een e-mail of brief: ‘Met vriendelijke groet,’ en ‘Hoogachtend,’.
  • Voor en/of na een aanspreking: ‘Sanne, heb je het naar je zin hier?’, ‘Lukt dat deze week nog, Ronald?’, ‘Luister, jongen, zo werkt dat niet.’

Persoonsvormen

Het is ook gebruikelijk om tussen twee persoonsvormen een komma te zetten:

  • Wat zij gepresteerd heeft, is heel opmerkelijk.
  • Nu ik er langer over nadenk, vind ik het geen gek idee.
  • Wat zij bereikt heeft, is vooral te danken aan haar doorzettingsvermogen.
  • Wat zij heeft bereikt, is vooral te danken aan haar doorzettingsvermogen. (heeft en is staan hier niet vlak naast elkaar, maar ook hier is een komma het best: je hoort een pauze tussen bereikt en is).

Alleen in korte zinnen kan de komma tussen persoonsvormen soms achterwege blijven:

  • Wat je zegt ben je zelf.
  • Wie dit leest is gek.
  • De tijd gaat snel: voor je het weet is het zover.

In deze zinnen is geen duidelijke pauze hoorbaar tussen de persoonsvormen.

Voegwoorden

Vóór voegwoorden als hoewel, omdat, zodat, opdat, indien, maar, aangezien en terwijl kun je meestal het best een komma plaatsen:

  • Zij vertelde het aan iedereen, hoewel de informatie vertrouwelijk was.
  • Ik heb de azijn weggelaten, omdat ik de dressing zo al zuur genoeg vond.
  • Ik was bang dat de deur op slot zou zitten, maar dat bleek niet het geval. 
  • Ze heeft de deur op slot gedaan, terwijl ze had kunnen weten dat ik nog thuis moest komen.

Vóór het voegwoord dat komt geen komma, want je leest daar geen pauze: 

  • Ik heb nooit beweerd dat ik een hekel heb aan taal. 
  • Ik hoop dat mijn vakantie kan doorgaan.
  • Zeker is dat er geen gewonden zijn gevallen.

Toch nog een vraag?

Onze taaladviseurs staan elke werkdag voor je klaar. Neem contact op via

Bel 085 00 28 428 van 9.30 tot 12.00 uur (op donderdag tot 11.00 uur) en van 13.30 tot 16.00 uur Bel 085 00 28 428 van 9.30 tot 12.00 uur (op donderdag tot 11.00 uur) en van 13.30 tot 16.00 uur

(gebruikelijke belkosten, geen extra kosten)

Of stel je vraag via social media of per mail