Ruiken behoort tot de groep werkwoorden die een gewaarwording uitdrukken; andere zijn zien, horen, voelen en vinden. Deze werkwoorden kunnen gecombineerd worden met een lijdend voorwerp en een ander werkwoord waarbij het lijdend voorwerp eigenlijk juist het onderwerp is.

  • Ik zie de zon in de zee zakken. (de zon is lijdend voorwerp en die zakt in de zee)
  • Hij hoort haar zingen. (haar is lijdend voorwerp en zij zingt)
  • Zij voelt de grond trillen. (de grond is lijdend voorwerp en die trilt)
  • Ik heb hem behoorlijk vinden doordrammen. (hem is lijdend voorwerp en die dramt door)

Deze constructie heet accusativus cum infinitivo. Het hele werkwoord (de infinitief) wordt gecombineerd met een accusatief, een ‘vierde naamval’.

Een accusativus cum infinitivo met ruiken is niet voor iedereen gewoon. De Algemene Nederlandse Spraakkunst (de dikste grammatica van het Nederlands) zegt hierover: “De gebruiksmogelijkheden van ruiken + infinitief zijn zeer beperkt. Niet alle taalgebruikers zijn het eens over de aanvaardbaarheid van een zin als: ‘Ik ruik iets aanbranden.’” Zinnen als ‘Ik rook een vreemd luchtje voorbijkomen’ en ‘Ik ruik een heerlijke maaltijd in de oven staan’ zijn dus lang niet voor iedereen aanvaardbaar. Dat geldt zeker ook voor ‘Ik heb een luchtje ruiken stinken.’

Toch nog een vraag?

Onze taaladviseurs staan elke werkdag voor je klaar. Neem contact op via

Bel 085 00 28 428 van 9.30 tot 12.00 uur (op donderdag tot 11.00 uur) en van 13.30 tot 16.00 uur Bel 085 00 28 428 van 9.30 tot 12.00 uur (op donderdag tot 11.00 uur) en van 13.30 tot 16.00 uur

(gebruikelijke belkosten, geen extra kosten)

Of stel je vraag via social media of per mail