Veel recente woordenboeken en spellinggidsen, waaronder het Groene Boekje en de Spellingwijzer Onze Taal, vermelden bij een heleboel zelfstandige naamwoorden alleen maar het lidwoord de, en geen woordgeslacht. Is het woord dan mannelijk of vrouwelijk?
 

Als in deze naslagwerken alleen het lidwoord de wordt vermeld, is het woord zowel mannelijk als vrouwelijk. Achter woorden die alleen mannelijk zijn, staat "(m.)", bijvoorbeeld "stam, de (m.)". Voor vrouwelijke woorden wordt de afkorting "(v.)" gebruikt, zoals bij "kwaadheid, de (v.)".

Het woord bank ("bank, de") is een van de woorden die zowel mannelijk als vrouwelijk zijn, net als bloem, kin en stad. Deze woorden zijn veelal van oorsprong vrouwelijk, maar werden in de loop der tijd steeds meer als mannelijk ervaren. In het Groene Boekje van 1954 werd bij deze woorden nog "v.(m.)" vermeld. In Vlaanderen worden deze woorden meestal nog als vrouwelijk beschouwd en bestaat er dus een voorkeur voor vrouwelijke verwijswoorden: 'De bank informeerde haar medewerkers' en 'De bloem knakte toen ze op de grond viel.' In Nederland wordt meestal voor een mannelijke verwijzing gekozen: 'De bank informeerde zijn medewerkers', 'De bloem knakte toen hij op de grond viel.'

Onze eigen Spellingwijzer Onze Taal (2015) vermeldt bij personen en dieren in principe nooit m of v. Het biologische geslacht gaat voor de meeste taalgebruikers bij deze woorden namelijk toch boven het woordgeslacht. Zo staat er in de Spellingwijzer Onze Taal alleen de, en geen (m), bij woorden als bakker, gans, generaal, minister en terriër. De gedachte aan het biologische geslacht volstaat daar: gaat het over een vrouwelijke minister, dan is het 'De minister informeerde bij haar staatssecretaris'; gaat het over een mannelijke minister (of een niet nader aangeduide), dan is het 'De minister informeerde bij zijn staatssecretaris.'