Wat is juist: 'weerstand bieden aan' of 'weerstand bieden tegen'?

De uitdrukking weerstand bieden wordt gecombineerd met het voorzetsel aan. Je verzet je tegen iets, maar je biedt weerstand aan iets: 'Aan die verleiding kon ik geen weerstand bieden.' Het zinsdeel met aan is een meewerkend voorwerp, dat ook zonder aan kan voorkomen: 'Ik kon die verleiding geen weerstand bieden.' Vaker wordt dan het werkwoord weerstaan gebruikt: 'Ik kon die verleiding niet weerstaan.'

Weerstand – zonder het werkwoord bieden – kan wél met het voorzetsel tegen gecombineerd worden. Bijvoorbeeld: 'Zij koesterde een sterke weerstand (= 'tegenzin') tegen de dictatuur' en 'weerstand tegen griep' (= 'bestand zijn tegen').