Op het monument voor vrouwen die in de Tweede Wereldoorlog gevangen zaten in het kamp Ravensbrück staat het opschrift: 'Voor haar die tot het uiterste neen bleven zeggen tegen fascisme'. Had er in plaats van haar niet hen moeten staan?

 

In het hedendaagse Nederlands gebruiken we na een voorzetsel (zoals voor) het persoonlijk voornaamwoord hen (vierde naamval) als het om meer mensen gaat. Toch is haar hier niet fout. Tegenwoordig is er in het meervoud geen onderscheid meer tussen mannelijk en vrouwelijk, maar vroeger was dat er wel. De naamvalsvormen van het vrouwelijke persoonlijke voornaamwoord zijn ten opzichte van de negentiende eeuw veranderd:

  1e naamval (onderwerp) 2e naamval (bezitsvorm) 3e naamval (indirect object) 4e naamval (lijdend voorwerp)
enkelvoud zij/ze haars/harer haar haar/ze
meervoud (toen) zij/ze haars/harer haar haar/ze
meervoud (nu) zij/ze hun hun/ze hen/ze

Het Groene Boekje uit 1954 heeft aan de meervoudsfunctie van haar definitief een einde gemaakt. We zeggen nu bijvoorbeeld: 'Dat is hun boek', 'Ik geef hun het boek' en 'Het boek is van hen', of het nu om vrouwen of om mannen gaat.

De Algemene Nederlandse Spraakkunst geeft de voorbeeldzin: 'De dames vonden dat men haar ten onrechte gepasseerd had', en vermeldt daarbij dat het hier om een archaïsch gebruik van haar gaat; we schrijven nu hen. Op het Ravensbrück-monument staat dus zeker geen taalfout, maar wel een enigszins verouderde constructie. Wellicht is voor haar gekozen om extra tot uiting te laten komen dat in Ravensbrück alleen vrouwen gevangen zaten.