Wat is juist: 'De tweeling Iris en Fleur is jarig' of 'De tweelingen Iris en Fleur zijn jarig'?

Correct is: 'De tweeling Iris en Fleur is jarig.'

Het woord tweeling duidt op twee personen: Iris en Fleur zijn samen één tweeling en geen tweelingen. Omdat het woord tweeling een enkelvoud is, staat de persoonsvorm ook in het enkelvoud als tweeling (de kern van) het onderwerp is:

  • De tweeling Romy en Kevin komt ook.
  • De tweeling verschilt erg van elkaar.
  • De tweeling wordt regelmatig onderzocht door de wetenschappers.

Af en toe duidt tweeling één persoon aan: 'Kevin is een tweeling' komt bijvoorbeeld wel voor naast 'Kevin is er een van een tweeling.' Het is niet gebruikelijk om het meervoud tweelingen te gebruiken als het om slechts twee mensen gaat. Een zin als 'Zij zijn tweelingen' gaat in de praktijk eigenlijk altijd over minimaal vier personen.

  • De tweelingen Romy en Kevin en Iris en Fleur zijn er vanaf het eerste moment bij.
  • Ze doet erfelijkheidsonderzoek bij tweelingen.
  • Ze verwacht een tweeling (twee meisjes).
  • Zij heeft drie tweelingen!

Andere formuleringen kunnen natuurlijk ook: 'De tweelingzussen Iris en Fleur zijn jarig', 'De tweelingbroer en -zus verschillen erg van elkaar', 'Ze heeft een tweelingbroer.' 

In het Nederlands werkt het dus anders dan in het Engels. Het Engelse 'She has a twin' betekent in het Nederlands 'Ze heeft een tweelingbroer/-zus' ('Ze is er een van een tweeling'); 'Ze heeft een tweeling' is 'She has twins.'

De tweeling en zijn/hun ouders?

Ook al is tweeling een enkelvoudig woord, de gedachte aan de twee personen waaruit de tweeling bestaat, dringt zich zo sterk op dat meervoudige verwijswoorden wél mogelijk zijn:

  • De tweeling logeerde het hele weekend bij mij en hun moeder haalde ze zondagavond weer op.
  • De tweeling bedankte hun buurjongen toen die hen hielp.