Wanneer is een woord dat op -schap eindigt een de-woord en wanneer een het-woord?

Het achtervoegsel -schap hoort soms bij vrouwelijke en soms bij onzijdige woorden. Hieronder staan de categorieën woorden die specifiek vrouwelijk dan wel onzijdig zijn.

De volgende soorten woorden zijn vrouwelijk en krijgen dus het lidwoord de:

  • woorden die een bepaalde toestand of hoedanigheid aangeven, en die een bijvoeglijk naamwoord als kern hebben: de beterschap, de blijdschap, de dronkenschap, de verwantschap, de zwangerschap, enz.;
  • verzamelnamen als de broederschap, de vennootschap en de buurtschap (ontstaan uit buurschap);
  • afleidingen van werkwoorden: de wetenschapde weddenschap, de nalatenschap.

Onzijdig zijn onder meer de volgende woorden, die dus het als lidwoord krijgen:

  • woorden die de hoedanigheid van een bepaalde status, waardigheid of functie aangeven: het dichterschap, het pausschap, het (staats)burgerschap (het eerste deel duidt een persoon aan);
  • instellingen: het genootschap, het waterschap.

Overigens zijn niet álle schap-woorden gemakkelijk in een van deze categorieën onder te brengen.

Schappen in de winkel

Schap is ook een los woord, in de betekenis ‘plank, vak (in een winkel)’. In die betekenis spreken we altijd van het schap, ook in samenstellingen: het frisdrankschaphet zuivelschaphet chipsschap, enz.