Hoe heet het zinsdeel mijn pen in de zin 'Ik was mijn pen kwijt'?
 

In deze zin is mijn pen het oorzakelijk voorwerp.

Het oorzakelijk voorwerp komt voor bij een klein aantal naamwoordelijke gezegdes, zoals beu zijn, bijster raken/zijn, kwijt zijn, moe worden, schuldig zijn, van plan zijn en waard zijn. Al deze gezegdes hebben een aanvulling nodig die aangeeft wát er kwijt is, wát iets waard is, etc. Deze aanvulling wordt oorzakelijk voorwerp genoemd. In de zinnen hieronder is het oorzakelijk voorwerp steeds gecursiveerd:

  1. Ik was zijn gezeur beu.
  2. Janny raakt het spoor bijster.
  3. Co werd het spelletje niet moe.
  4. Je bent me vier euro schuldig.
  5. Zij waren weinig goeds van plan.
  6. Dat huis is vier ton waard.

Het oorzakelijk voorwerp lijkt wel een beetje op een lijdend voorwerp. In een zin als 'Ik had mijn pen zoekgemaakt' is mijn pen immers het lijdend voorwerp; heb zoekgemaakt is een werkwoordelijk gezegde. Het verschil met 'Ik was mijn pen kwijt' is dat deze laatste zin een naamwoordelijk gezegde heeft (was kwijt) en dat heeft nooit een lijdend voorwerp. Toch moet kwijt zijn aangevuld worden met datgene wat kwijt is. Deze aanvulling wordt oorzakelijk voorwerp genoemd.