Is het antwoord op de vraag ‘Heb je geen honger?’ nu ja of nee als je geen honger hebt?

Als je geen honger hebt, luidt het antwoord nee. Wie wél honger heeft, antwoordt ja of jawel. Het is het duidelijkst om er iets aan toe te voegen: ‘Nee, ik heb geen honger’ of ‘Ja, ik heb wel honger.’

Het gaat om de bedoeling

Een antwoord op een vraag heeft in het algemeen betrekking op de bedoeling van de degene die de vraag stelt. De letterlijke vorm doet er minder toe. Op de vraag ‘Heb je geen honger?’ geef je dan ook hetzelfde antwoord als op de vraag ‘Heb je honger?’

Toch is er een verschil. ‘Heb je honger?’ is een neutrale vraag. Degene die de vraag stelt, heeft geen idee of de ander misschien honger heeft. ‘Heb je geen honger?’ zegt ook iets over de verwachting van degene die de vraag stelt. Er kan bijvoorbeeld bedoeld zijn: ‘kennelijk niet, want je laat je eten koud worden’. Maar als het laat in de middag is, kan de vraag ‘Heb je geen honger?’ suggereren: ‘je hebt nu zeer waarschijnlijk honger’.

Functie van de ontkenning

In vragen als ‘Heb je geen honger?’, ‘Wil je niet meedoen?’ en ‘Heeft ze geen werk?’ hebben geen en niet dus niet zozeer een ontkennende functie. Deze woorden vertellen vooral iets over wat de vraagsteller als antwoord verwacht. Ook maken ze de vraag vaak vriendelijker dan de versies zonder geen en niet. Geen en niet hebben in al deze gevallen overigens geen klemtoon. Over de rol van de klemtoon is meer te lezen in de Algemene Nederlandse Spraakkunst (ANS).

Sommige mensen vinden het grappig om op vragen als ‘Heb je geen honger?’ dingen te antwoorden als ‘Ja, ik heb inderdaad geen honger.’ Ze doen dus net alsof geen hier wél met nadruk wordt uitgesproken. Er zit dan meestal niets anders op dan de vraag te herformuleren, bijvoorbeeld: ‘Wil je wat eten?’ of ‘Wil je ook wat?’