Het is één boek en twee boeken. Waarom is het nul boeken en niet nul boek?

Daarop is helaas alleen het antwoord ‘dat is nu eenmaal zo’ te geven. Na hoofdtelwoorden komt het zelfstandig naamwoord in het meervoud te staan. De enige uitzondering is één. Het is daarom nul punten, drie lammetjes, duizend deelnemers, enz. In feite is dus niet nul de uitzondering, maar één.

Breuken

Na breukgetallen staat het zelfstandig naamwoord in het enkelvoud. Het is bijvoorbeeld twee en een halve boterham en drie en een halve ster.

Decimalen

Na decimalen is zowel het meervoud als het enkelvoud mogelijk. Als je 3,5 leest als ‘drie en een half’, leidt dat tot ‘De film kreeg 3,5 ster.’ Het is echter gebruikelijker 3,5 te lezen als ‘drie komma vijf’. Dan ligt het meervoud voor de hand: ‘De film kreeg 3,5 sterren.’

Er zit geen duidelijk systeem in de meervoudsvorming na getallen met een komma en een of meer decimalen. Het lijkt erop dat als het gedeelte voor en/of na de komma een getal is dat groter is dan 1, het meervoud gebruikelijker is. Dus 2,1 minuten, 1,56 kinderen, 7,12 punten. In gevallen als 0,1, 1,1 en 1,01 heeft het enkelvoud de voorkeur.

Als na het getal een eenheid volgt, komt die net als bij andere getallen in het enkelvoud te staan: 2,1 meter, 1,56 kilo, 7,12 watt.