Hoe noem je iets wat doet denken aan de schrijver Mulisch: Mulischachtig of mulischiaans?

Beide woorden zijn correct en betekenen ‘zoals van Mulisch’ of ‘lijkend op / herinnerend aan Mulisch’. Mulischachtig is met een hoofdletter, mulischiaans met een kleine letter.

Er zijn verschillende manieren om van een naam een bijvoeglijk naamwoord af te leiden. Het gebruikelijkst zijn de uitgangen -(i)aans en -achtig. Daarnaast komen -isch en -esk voor.

-achtig

Achter vrijwel elke naam van een persoon kun je -achtig zetten om aan te geven dat iets lijkt op (eigenschappen van) de persoon in kwestie. De naam houdt in principe zijn hoofdletter, want je verwijst nog vrij letterlijk en nadrukkelijk naar de persoon: Mulischachtig, Haasseachtig, Rubensachtig, Danteachtig, Felliniachtig, Van Houtenachtig. De voornaam kan erbij staan: Harry Mulischachtig, Hella Haasseachtig.

Een streepje voor -achtig is toegestaan, voor de duidelijkheid. Dus ook correct zijn: Mulisch-achtig, Hella Haasse-achtig, Dante-achtig, Fellini-achtig, enz. Als de naam op een a eindigt, is een koppelteken verplicht: Kafka-achtig.

Alleen als het woord op -achtig een heel eigen betekenis heeft gekregen, is het met kleine letter. Zo kan met een rubensachtige vrouw een mollige vrouw bedoeld zijn en met een antonpieckachtig stadscentrum kan een schattig, kneuterig-oud stadscentrum.

-(i)aans

Achter vrijwel elke naam kun je ook -iaans (of -aans) zetten om aan te geven dat iets doet denken aan een persoon of aan de stijl, het werk of andere bekende eigenschappen van die persoon. De woorden zijn met een kleine letter. Ze hebben soms een heel specifieke eigen betekenis, die enigszins losgezongen is van de persoon in kwestie.

  • mulischiaans (‘onwaarschijnlijk toevallig’, ‘zoals in de boeken van Mulisch’)
  • breugeliaans (‘waarop of waarmee een gezellig volksfeest is afgebeeld’, ‘zoals bij Breugel’: een breugeliaans werk)
  • cruijffiaans (‘diepzinnig klinkend maar niet per se logisch’, ‘zoals Johan Cruijff zou zeggen’: ze deed een nogal cruijffiaanse uitspraak)
  • dickensiaans (‘armoedig en ellendig’, ‘zoals in de boeken van Dickens’)
  • elizabethaans (‘zoals in de tijd van Elizabeth (de Engelse renaissance)’)
  • freudiaans (‘iets tonend van het onderbewuste, vaak onbewust seksueel getint’, ‘zoals Freud het zou duiden’: dat was een freudiaanse verspreking)
  • kafkaiaans (‘onheilspellend’, ‘om wanhopig van te worden’, ‘zoals in de boeken van Kafka’)
  • kantiaans (‘zoals bij de filosoof Kant’)
  • orwelliaans (‘betrekking hebbend op een volledig van bovenaf gecontroleerde maatschappij’, ‘zoals in de boeken van Orwell’)
  • trumpiaans (‘in politiek opzicht onconventioneel’, ‘populistisch’, ‘zoals Trump’)

Soms vallen een of meer letters aan het einde van de naam weg, bijvoorbeeld een e, s of -us:

  • reviaans (als van Reve)
  • lubberiaans (als van Ruud Lubbers)
  • wilderiaans / wildersiaans (als van Geert Wilders)
  • vergiliaans (als van Vergilius, horend bij Vergilius)

Achter enkele namen is de uitgang -aans en niet -iaans:

  • nietzscheaans
  • shakespeareaans
  • tolstojaans
  • victoriaans (‘preuts’)

-isch

Er zijn ook enkele namen waar -isch achter kan komen. Het gaat dan vooral om Griekse namen. De betekenis is hetzelfde als bij woorden op -(i)aans. Bij deze woorden vallen aan het eind van de naam vaak een of meer letters weg. De afleidingen krijgen een kleine letter: socratisch, aristotelisch, homerisch, sapfisch, stoïsch, pythagorisch. Deze woorden zijn afgeleid van Socrates, Aristoteles, Homerus, Sapfo/Sappho, (de) Stoa en Pythagoras.

-esk

Tot slot zijn er afleidingen van namen op -esk. Ze verwijzen naar een bepaalde stijl en krijgen een kleine letter: dantesk, fortuynesk, kafkaësk, rembrandtesk, tarantinesk zijn afgeleid van Dante, Pim Fortuyn, Kafka, Rembrandt en Quentin Tarantino.