Kun je mensen die de leerstof makkelijk opnemen leerbare cursisten noemen?

 

 Nee, leerbaar kan alleen betrekking hebben op het lijdend voorwerp van een zin, niet op het onderwerp.

In het Morfologisch handboek van het Nederlands (1993) staat dat het achtervoegsel -baar zich meestal aan de stam van overgankelijke (transitieve) werkwoorden of overgankelijk te gebruiken werkwoorden hecht. Dat betekent: werkwoorden die een lijdend voorwerp bij zich kunnen hebben. De afleiding met -baar kan omschreven worden als 'kunnende ge…d worden'. Van bijvoorbeeld drinken, dragen en kwetsen (alle drie overgankelijke werkwoorden) kunnen we drinkbaar, draagbaar en kwetsbaar maken: 'kunnende gedronken worden', 'kunnende gedragen worden' en 'kunnende gekwetst worden'. Deze bijvoeglijke naamwoorden hebben dus betrekking op het lijdend voorwerp dat hoort bij drinken, dragen en kwetsen.

Het werkwoord leren is ook overgankelijk, maar leerbaar ('kunnende geleerd worden') kan alleen betrekking hebben op datgene wat geleerd wordt; en dat zijn niet de cursisten, maar de stof. De cursisten zijn immers het onderwerp van het leren. Het woord leerbaar wordt ook in Van Dale omschreven als 'kunnende geleerd worden'.

Het woord onderwijsbaar zou een betere keus zijn: het betekent 'kunnende onderwezen worden', en dat kan wél van toepassing zijn op cursisten (en is dus grammaticaal correct).

Overigens kan leren ook een meewerkend voorwerp bij zich hebben, bijvoorbeeld: 'De docent leerde de cursisten Nederlandse woorden.' Ook in dat geval is alleen het lijdend voorwerp (Nederlandse woorden) leerbaar, en niet het meewerkend voorwerp (de cursisten).

Er bestaan wel enkele -baar-woorden die betrekking hebben op het onderwerp van het werkwoord waaruit het eerste deel bestaat. Bijvoorbeeld: brandbaar ('kunnende branden', en niet iets als 'gebrand kunnende worden'), licht ontvlambaar ('gemakkelijk kunnen ontvlammen'), vloeibaar ('kunnende vloeien') en wankelbaar ('gemakkelijk wankelend').