Waarom zit er een tussen-s in Koningsdag, terwijl die in Koninginnedag niet zat?

De tussenklanken -s- en -e(n)- zijn grillige elementen in het Nederlands. Of er in een samenstelling -s- of -e(n)- komt, is niet aan vaste regels gebonden; de tussen-n-regels bepalen alleen hoe de tussenklank -e(n)-, áls die wordt gebruikt moet worden gespeld, maar niet wanneer die klank verschijnt. Veel samenstellingen zijn in de loop der tijd met of zonder -s- of -e(n)- in gebruik gekomen, zonder dat precies te zeggen valt hoe dat komt.

In samenstellingen met koningin komt al eeuwenlang meestal een tussen-e(n) voor: koninginnenkroon, koninginnenmantel, Koninginnedag. Na koning staat van oudsher juist meestal een tussen-s: koningskind, koningsmantel, koningspython. Daarbij sluit de vorm Koningsdag aan. Dit is trouwens geen nieuw woord; in België wordt al sinds 1952 Koningsdag gevierd.

Vaak hangt het van het eerste woorddeel af of er een tussen-s, een tussen-e(n) of helemaal geen tussenklank komt. Het patroon is niet altijd voorspelbaar: zo is het hondenhok naast hondsdolheid, en boekenbon naast boekrecensent. Soms zijn bij één begrip twee vormen juist: schapenkooi en schaapskooi, boekwinkel en boekenwinkel.

Overigens speelt de betekenis bij dit alles doorgaans geen doorslaggevende rol. De tussen-s heeft vrijwel nooit betekenis en fungeert puur als verbindingsklank. De tussen-en roept soms de gedachte aan meervoud op, maar wordt vaak ook alleen als overgangsklank gebruikt.

Bron: 'Vraag en antwoord' in Onze Taal 2013-5