Komt er wel of geen tussen-s in kwaliteit(s)controle? Wat zijn de regels hiervoor?
Er bestaan geen officiële regels voor de tussen-s. Zowel kwaliteitcontrole als kwaliteitscontrole is goed. Wel is kwaliteitscontrole (met tussen-s) verreweg het gebruikelijkst.
Volgens de officiële spelling mag je een tussen-s in een woord opschrijven als je dat woord ook uitspreekt met een tussen-s. Hoor je bij het uitspreken geen s, dan schrijf je hem ook niet op. In de meeste gevallen kun je dus op je gehoor afgaan.
Bij een woord als kwaliteit(s)slag kun je niet horen of je ook een tussen-s uitspreekt, want je hoort maar één s-klank. Dat komt doordat slag met een s begint. Om in dit geval te bepalen wat de beste vorm is, kun je twee dingen doen:
- Maak een samentrekking. Als je twijfelt over kwaliteit(s)slag, ga dan na wat het best klinkt: kwaliteits- en inhaalslag of kwaliteit- en inhaalslag. Als de eerste samentrekking het best klinkt, pleit dat voor kwaliteitsslag.
- Vervang het tweede deel door een woord dat niet met een s-klank begint. In kwaliteitsbewaking is een tussen-s duidelijk het gangbaarst. Dat pleit dan ook voor kwaliteitsslag.
Er zijn dus geen officiële goed-foutregels voor het wel of niet invoegen van de tussen-s. Het is dan ook geen groot spellingprobleem, omdat bij de meeste woorden duidelijk is welke vorm het gebruikelijkst is. En als dat niet zo is, zijn die twee vormen voor het gevoel van de meeste mensen ook echt even acceptabel. In dit geval accepteert de officiële spelling dus de bestaande variatie, zoals bij spellingregel/spellingsregel en beheerplan/beheersplan.
Er zijn wél enkele patronen aan te wijzen bij het gebruik van de tussen-s:
Vaak wel een tussen-s
De meeste mensen gebruiken wel een tussen-s:
- als het woord eindigt op -waardig, -waard, -gewijs, -halve: lovenswaardig, beklagenswaard, sprongsgewijs, veiligheidshalve;
- als het eerste deel eindigt op -heid, -ing of -teit en (vaak) -schap (maar zie ook hieronder): gladheidsbestrijding, aanbiedingsprijs, universiteitsblad, tevredenheidsonderzoek, landschapsarchitect, beterschapskaart;
- als het eerste deel een mannelijke persoonsaanduiding is op -er, -eur, -ier of -aar en een meervoud op -s heeft: werknemersorganisatie, bakkersschort, adviseursfunctie, portierswoning, kunstenaarscafé;
- als het eerste deel een zelfstandig naamwoord is dat begint met be-, ge- of ver-: bedieningspost, gebedshuis, vernieuwingsdrift (uitzonderingen zijn onder andere geheimschrift en verbanddoos).
Vaak geen tussen-s
De meeste mensen gebruiken geen tussen-s:
- als het eerste deel een zelfstandig naamwoord is dat niet verwijst naar een levend wezen en (ook) een meervoud heeft op -s: motorboot, televisieprogramma, theatergezelschap;
- als het eerste deel een zelfstandig naamwoord is dat eindigt op -ier en geen persoon aanduidt: portierraam, mortieraanval, papierbundel, klaviermuziek;
- als het eerste deel een werkwoordstam is: babbelkous, inhaalslag, loopafstand, rekenhulp (uitzonderingen: leidsman, scheidsrechter);
- voor het achtervoegsel -schap (in de betekenis ‘hoedanigheid, het zijn van’): blijdschap, ondernemerschap, slachtofferschap;
- als het eerste woorddeel een stof aanduidt en niet telbaar is: aluminiumfolie, bierglas, koffieboon (maar wel meestal houtskool, bloedsomloop).
Klik op het tabblad ‘Achtergrond’ hierboven voor meer informatie over typen samenstellingen met of zonder tussen-s.
Blij met deze uitleg?
Met een donatie van € 5 steun je Onze Taal. Bedankt!
De tussen-s: een grillig verschijnsel in onze spelling
Er zijn geen richtlijnen te geven voor het wel of niet schrijven van een tussen-s. Het is nu eenmaal een grillig verschijnsel in onze spelling. De keuze voor wel of geen tussen-s hangt soms af van hoe woorden zijn opgebouwd (morfologie), soms van de klanken van de woorden (fonologie), soms van betekenis, en vaak van geschiedenis (zo is het nu eenmaal gegroeid) en analogiewerking (zo zijn de taalgebruikers vergelijkbare woorden op dezelfde manier gaan samenstellen). Is er echt niets meer over te zeggen? In feite niet, maar kijk eens of deze tendensen overeenkomen met je taalgevoel.
Vaak geen tussen-s
In de volgende type samenstellingen duikt de tussen-s niet zo vaak op:
- locatiefrelatie: wadloper (‘loper op het wad’), tuinfeest, straatroof, treinpassagier
- tijdrelatie: herfstwandeling, ochtendkrant, jaarverbruik
- instrumentalisrelatie: dolksteek (‘steek met een dolk’), tangverlossing, vliegtuigongeluk
- vergelijkingrelatie: poedersneeuw (‘sneeuw die lijkt op poeder’), vlinderdas, pistoolgeweer
- geheel-deelrelatie: boomtak, kernploeglid, tunnelingang
- deel-geheelrelatie: appelboom, filtersigaret, knolbegonia
- subjectrelatie: kleuterpraat (‘praat van kleuters’), waterval, hartstilstand
Vaker wel een tussen-s
De tussen-s komt iets vaker voor bij de volgende typen samenstellingen (al is een tussen-s-loze variant meestal ook mogelijk):
- doelrelatie: veiligheidsbeambte (‘beambte voor de veiligheid’), vrijheidsstrijder
- oorzaakrelatie: bevriezingsdood (‘dood door bevriezing’), geluidshinder, oorlogsslachtoffer
- directobjectrelatie: leefstijdsregistratie (‘registratie van leeftijden’), verkeersregulatie, vermogensbeheer