Wanneer moet je een komma gebruiken?

Er zijn geen vaste regels te geven voor het gebruik van komma's. Wanneer op welke plaats komma's gebruikt moeten worden, hangt af van het zinsverband. Er zijn echter wel enkele algemene uitgangspunten. Die zijn gebaseerd op conventies: de vaste gewoonten van een meerderheid van de 'zorgvuldige' taalgebruikers.

Het belangrijkste uitgangspunt is dat een komma geplaatst wordt als er bij het voorlezen een duidelijke pauze hoorbaar is. Ook de toonhoogte waarmee de zin wordt uitgesproken, verandert vaak een beetje. Hoe langer de zin is, hoe meer behoefte er bestaat aan een rustpunt in de zin, en dus aan een komma.

In de volgende gevallen is een komma altijd op z'n plaats:

  • In opsommingen: 'Zij schrijft artikelen, essays, romans, verhalen en columns.'
  • Tussen gelijkwaardige bijvoeglijke naamwoorden: 'Oma had een mooie, oude, donkere linnenkast.' (Meer voorbeelden vindt u hier.)
  • Voor en na een bijstelling: 'Schultz van Haegen, de minister van Infrastructuur en Milieu, deed een nieuw voorstel.'
  • Voor en na een uitbreidende bijzin: 'Mijn buurman Arend, die vroeger een collega van mij was, heeft alles geregeld voor het straatfeest.' (Zie ook ons advies over de komma voor die en dat.)
  • Na de aanhef boven een e-mail of brief: 'Geachte heer/mevrouw,'.
  • Na een slotgroet onderaan een e-mail of brief: 'Met vriendelijke groet,' en 'Hoogachtend,'.
  • Voor en/of na een aanspreking: 'Sanne, heb je het naar je zin hier?', 'Lukt dat deze week nog, papa?', 'Luister, jongen, zo werkt dat niet.'

Persoonsvormen

Het is ook gebruikelijk om tussen twee naast elkaar staande persoonsvormen een komma te zetten:

  • Wat zij gezegd heeft, is heel opmerkelijk.
  • Nu ik er langer over nadenk, vind ik het geen gek idee.
  • Wat zij bereikt heeft, is vooral te danken aan haar doorzettingsvermogen.

Alleen in korte zinnen kan de komma tussen persoonsvormen soms achterwege blijven:

  • Wat je zegt ben je zelf.
  • Wie dit leest is gek.
  • Voor je het weet is het zover.

In deze zinnen is ook geen duidelijke pauze hoorbaar.

Voor sommige voegwoorden

Vóór voegwoorden als hoewel, omdat, zodat, opdat, indien, maar, aangezien en terwijl kan meestal het best een komma worden geplaatst:

  • Zij vertelde het aan iedereen, hoewel de informatie vertrouwelijk was.
  • Hij dacht er lang over na, aangezien hij veel tijd had.