Is het 'Ik hou niet van kerstliedjes' of 'Ik houd niet van kerstliedjes'?

Hou en houd zijn allebei goed. 'Ik hou niet van kerstliedjes' is het gewoonst.

In formele uitingen is het gebruikelijk om de d van houd wel te schrijven; de meeste mensen vinden 'Houd uw stad schoon' wat verzorgder dan 'Hou uw stad schoon.' In teksten met een informele toon gaat de voorkeur uit naar hou, net als in de spreektaal. Van Dale (2005) geeft onder meer de voorbeelden: 'Hou je babbel/harses/mond/waffel', 'Hou je opmerkingen maar voor je', 'Hou een oogje in het zeil', 'Hou je goed/haaks/kalm/koest', 'Hou er eens mee op' en 'Ik hou niet van die lolletjes.' Als (zeer) informele infinitief en meervoudsvorm is houen mogelijk: 'Kop houen jij!', 'Houen zo!'

Het weglaten van de d is mogelijk bij de werkwoorden glijden, houden, rijden, snijden en uitscheiden ('ophouden'), of samenstellingen daarmee, zoals doorrijden, ophouden en uitglijden. Het verschijnsel doet zich voor bij:

  • de ik-vorm: 'Ik hou van jou'; 'Ik schei ermee uit!';
  • de gebiedende wijs: 'Glij niet uit!'; 'Hou op!';
  • de jij-vorm als het onderwerp je/jij achter de persoonsvorm staat: 'Straks snij je je nog', 'Rij jij of rij ik?'

Het wél schrijven van de d ('Ik houd van jou', 'Glijd niet uit!', 'Rijd jij of rijd ik?') kan het lezen zelfs bemoeilijken.

De vormen zonder d, die ontstaan zijn in de spreektaal, komen ook in schrijftaal al enkele eeuwen voor: in teksten van Hooft en Bredero is de spelling hou bijvoorbeeld al te vinden. En in 1912 schreef het Woordenboek der Nederlandsche Taal dat de gebiedende wijs van houden zowel houd als hou kan zijn.