Wat is juist: gsm’etje of gsm-etje? Of is het misschien gsm’metje of gsm-metje?

De verkleinvorm van gsm is gsm’etje. Een gsm is een mobiele telefoon zonder de mogelijkheden van een smartphone. Je kunt er bijvoorbeeld niet mee appen of surfen op internet.

Als van een afkorting zoals gsm (de letters staan voor ‘global system for mobile communications’) een verkleinwoord wordt gemaakt, komt er een apostrof voor de uitgang: gsm’etje. Dit verkleinwoord wordt een afleiding genoemd. In een samenstelling met een afkorting is een streepje wél juist: gsm-gebruik, gsm-toestel, enz. Vergelijk ook cd’tje (afleiding, apostrof) en cd-opname (samenstelling, streepje).

De verkleinvormen van bijvoorbeeld boterham en kom zijn boterhammetje en kommetje. Dit zijn ‘gewone’ woorden (geen afkortingen). De regel is: als een woord eindigt op een m én er gaat een korte klank aan die m vooraf, dan komt er -etje achter en wordt de m verdubbeld. De afkorting gsm is een ander geval: een afkorting wordt letter voor letter uitgesproken (‘gee-es-ém’) en daardoor is er geen extra m nodig in de verkleinvorm. De lezer ziet meteen hoe gsm’etje moet worden uitgesproken.

Meervoud: gsm’s

Het meervoud van gsm is gsm’s. Een afkorting eindigt altijd op apostrof + s, behalve bij afkortingen die eindigen op een s of een x: die krijgen apostrof + en. Het doet er dus bij de meervoudsvorming niet toe waar de afkorting voor staat. Het meervoud hangt af van de laatste letter van de afkorting zelf. Het is dus bijvoorbeeld bh’s, BMX’en, ecg’s, ICE’s, pdf’s, P.S.’en, tv’s.

Afkortingen die als gewoon woord worden uitgesproken – dus niet letter voor letter – worden als gewoon woord behandeld. Er komt dus geen apostrof in de verkleinvorm of het meervoud. Voorbeelden zijn cd-roms, cd-rommetjeradars, radartjevips, vipje. Het is anders als zo’n afkorting die als gewoon woord wordt uitgesproken, uit hoofdletters bestaat. Dan is er weer wél een apostrof nodig: POP’s (‘persoonlijk ontwikkelingsplan’), POP’je.