Is ‘Geachte meneer Jansen’ een goede aanhef voor een brief of e-mailbericht?

‘Geachte meneer Jansen’ is ongebruikelijk in zakelijk/formeel brief- en e-mailverkeer. ‘Geachte heer Jansen’ is volgens de briefconventies (de ‘afspraken’ over hoe we sommige onderdelen van een brief of e-mail formuleren) het best. Al heel lang spreken we een man niet aan met heer, maar ‘Geachte heer’ is een soort versteende vorm, die nog steeds erg gebruikelijk is als een beleefd-afstandelijke, zakelijke aanhef van een brief of e-mail.

Meneer is een spreektaalvorm, en die past niet goed bij het formele geachte. In de aanhef ‘Geachte mijnheer Jansen’ passen geachte en mijnheer beter bij elkaar, maar ook deze aanhef is niet erg gebruikelijk. Wie een informelere aanhef wil gebruiken, kan het best kiezen voor ‘Beste mijnheer Jansen’ of ‘Beste meneer Jansen’.

Eind 2019 hebben we bij Onze Taal de knoop doorgehakt en voor de laatste optie gekozen. Wie ons een brief of e-mail stuurt, krijgt dus een antwoord terug met de aanhef ‘Beste meneer Jansen’, ‘Beste mevrouw Jansen’ of ‘Beste meneer/mevrouw Jansen’. Daarmee hebben we ervoor gekozen de aanhef te laten aansluiten bij wat we tegenwoordig ook echt zéggen, en dat is niet ‘heer’ of ‘mijnheer’, maar ‘meneer’. Bijvoorbeeld:

  • Dag meneer Jansen, wat kan ik voor u doen?
  • Kijk, daar lopen meneer en mevrouw Jansen.
  • Hij is al een hele meneer.
  • Ze zei ‘meneer’ tegen me.

Mijnheer komt ook weleens voor als weergave van een aanspreking, vaak in formele contexten of in ouderwets taalgebruik:

  • Mijnheer de voorzitter, dames en heren, ik ben verheugd dat ik in de gelegenheid word gesteld de vragen te beantwoorden.
  • Mijnheer pastoor, mag ik u wat vragen?