Wat is juist: ‘Ik schenk het er in’ of ‘Ik schenk het erin’?

‘Ik schenk het erin’ is juist als met erin bijvoorbeeld bedoeld is ‘in het glas’, ‘in de kom’, ‘in een fles’, etc. Het hele werkwoord in de zin is dan schenken en niet inschenken.
‘Ik schenk het er in’ is alleen mogelijk als met er een plaats of locatie bedoeld is, bijvoorbeeld ‘in de keuken’. Het hele werkwoord is dan inschenken.

Hierin / hier in schenken

  1. Ik schenk het sap niet hier in (het inschenken doe ik wel in de keuken).
  2. Ik schenk het sap niet hierin (ik schenk het wel in iets anders).

In zin 1 is sprake van het werkwoord inschenken. Hier is een bijwoord van plaats. In mag niet aan hier gekoppeld worden, want in is een deel van het werkwoord inschenken.
In zin 2 is het werkwoord schenken gebruikt. Omdat in geen onderdeel is van het werkwoord, wordt het aan hier vast geschreven. Hierin verwijst naar iets dat in de context duidelijk wordt, bivoorbeeld ‘in dit kopje’.

Wat voor erin schenken geldt, geldt ook voor erin gieten, erin gooien, erin scheppen, erin smijten, erin strooien, enz. Het is dus: ‘Ik giet/gooi/schep/smijt/strooi alles erin.’

Er, hier, daar of waar plus een voorzetsel 

Er, hier, daar en waar schrijf je vaak vast aan het voorzetsel dat erachter staat. Die combinatie van er + voorzetsel verwijst dan naar iets in de zin of de context. Hierin betekent iets als ‘in dit’, daarom ‘om + dat’. Voorbeelden:

  • Anna kijkt naar de optocht. Ook haar zusje kijkt ernaar.
  • Maurice houdt van deze lessen: hij leert ervan.
  • Van deze middag zal hij zeker genieten. Daarvan zou toch iedereen genieten! 
  • Ik heb je geholpen met je Frans, Duits, wiskunde ... Waarmee heb ik je niet geholpen?

Oefenen