Wanneer schrijf je dankjewel en dankuwel aan elkaar en wanneer als losse woorden?
Dankjewel en dankuwel zijn één woord in een zin als ‘Een dankjewel/dankuwel is hier wel op zijn plaats!’ In bijvoorbeeld ‘Dankjewel/dankuwel voor je/uw inzet’ mag je ook dank je wel en dank u wel schrijven.
In ‘Een dankjewel/dankuwel is hier wel op zijn plaats!’ zijn dankjewel en dankuwel zelfstandige naamwoorden. Dan schrijf je de woorden aan elkaar. In ‘Dank je wel / dankjewel voor je inzet’ en ‘Dank u wel /dankuwel voor uw inzet’ is het ook goed als je de woorden los schrijft.
Oorspronkelijk waren dank je wel en dank u wel een soort zinnetjes: een verkorting van ik dank je wel en ik dank u wel. Dank je wel lijkt dan dus op formuleringen als (ik) dank je zeer en (ik) dank je hartelijk; dat zijn ook losse woorden.
Maar in de loop van de tijd zijn dankjewel, dankuwel en dankjulliewel één woord geworden. Dat is bijvoorbeeld ook gebeurd bij alsjeblieft en alstublieft (‘als ’t je/u belieft’), dankzij, godbetert, vaarwel en weliswaar.
Een dankuwel, een dankjewel, een dankjulliewel
Dankuwel, dankjewel en dankjulliewel zijn één woord als hetzelfstandige naamwoorden zijn. Bijvoorbeeld:
- Het hartelijke dankjewel deed ons goed.
- Een glimlach en een dankuwel doen meestal wonderen.
- Een dik dankjulliewel voor iedereen!
Dankuwel! Dankjewel! Dankjulliewel!
Als tussenwerpsel kun je dankuwel, dankjewel en dankjulliewel aan elkaar schrijven, maar los mag ook. Dank jullie wel is veel gebruikelijker dan dankjulliewel. Bijvoorbeeld:
- Dankjewel voor je hulp!
- Dank je wel voor je hulp!
- Dankuwel voor uw komst.
- Dank u wel voor uw komst.
- Dankjulliewel voor jullie bijdrage.
- Dank jullie wel voor jullie bijdrage.
Dank je, dank u, dank jullie
In dank je, dank u en dank jullie staan bij voorkeur spaties, maar zeker danku en dankje komen in de praktijk ook voor.
Blij met deze uitleg?
Met een donatie van € 5 steun je Onze Taal. Bedankt!
Dank je (wel)
- Dank je wel voor je inzet.
- Dankjewel voor je inzet.
- Nee zeg, dank je wel.
- Nee zeg, dankjewel.
- Ik ben er blij mee, dank je wel.
- Ik ben er blij mee, dankjewel.
- Ja, dank je.
- Ja, dankje.
- Nee, dank je.
- Nee, dankje.
- Dankje.
- Dank je.
Dank u (wel)
- Dank u wel voor de hulp.
- Dankuwel voor de hulp.
- Dank u voor het meelezen.
- Danku voor het meelezen.
- Heel vriendelijk, maar nee, dank u wel.
- Heel vriendelijk, maar nee, dankuwel.
- Ja, dank u.
- Ja, danku.
- Nee, dank u.
- Nee, danku.
Dank jullie (wel)
- Dank jullie wel voor alle hulp.
- Dat hoeft niet, hoor, dank jullie wel.
- Dank jullie!