Wat is het meervoud van bevoegd gezag

Dat is bevoegde gezagen. Dit meervoud is in elk geval tamelijk gebruikelijk in overheidskringen, en ook daarbuiten komt het wel voor. Wie het niet fraai vindt (of onjuist), kan bijvoorbeeld kiezen voor bevoegde gezagslichamen, bevoegde gezagsorganen of bevoegde instanties.

Gezag: abstract én concreet

De oorspronkelijke betekenis van gezag is ‘rechtsbevoegdheid; macht op grond van geestelijk overwicht’. In deze enigszins abstracte betekenis heeft gezag geen meervoud. Maar in de loop van de tijd heeft het woord er een veel concretere betekenis bij gekregen. Zo duidt bevoegd gezag een concrete partij aan die ergens over mag beslissen. Vaak gaat het om een gemeente, een provincie of een bepaalde officiële instantie. Doordat er situaties zijn waarin meerdere van zulke partijen een rol (kunnen) spelen, is de behoefte aan een meervoud ontstaan.

Het meervoud gezagen is al aan het begin van de twintigste eeuw in schrijftaal aangetroffen. In 1905 publiceerde het Haarlem’s Dagblad bijvoorbeeld een ingezonden brief waarin de schrijver verschillende soorten van gezag opsomt: “Vooreerst het gezag van ons reglement van orde, zelf gemaakt; dan het gezag van den Raadsvoorzitter (...); vervolgens het gezag van de wethouders (...), kortom gezagen in soorten.”

Jaren zeventig en tachtig

Het meervoud bevoegde gezagen komt zeker sinds de jaren zeventig van de twintigste eeuw geregeld voor. In 1979 klaagde een lezer van Onze Taal er nog over, en ook in enkele kranten uit de jaren zeventig en tachtig zijn ingezonden brieven te vinden waarin gezagen wordt afgekeurd. Toch raakte het woord langzaam maar zeker ingeburgerd. Het woordenboek De Grote Koenen was in 1986 het eerste naslagwerk dat dit meervoud opnam, zonder afkeurende opmerking. Veel andere naslagwerken hebben in de jaren daarna dat meervoud ook toegevoegd, maar nog steeds niet allemaal.