Print deze pagina

Het meisje die / dat daar fietst

Mag je zeggen 'het meisje die daar fietst'?

Nee; het gebruik van die als betrekkelijk voornaamwoord bij het-woorden is grammaticaal niet juist. Wel juist is: 'Het meisje dat daar fietst.'

In principe wordt als verwijzing naar een onzijdig woord altijd dat als betrekkelijk voornaamwoord gebruikt: 'het meisje dat daar fietst', 'het huis dat te koop staat', 'het idee dat ik gisteren had', enzovoort. Het betrekkelijk voornaamwoord die is juist bij de-woorden en bij meervouden: 'de jas die ik gisteren kocht', 'de kinderen die daar fietsen'.

Dat constructies als 'het meisje die daar fietst' toch veel voorkomen, komt doordat meisje een aanduiding is voor een persoon. Sommige mensen vinden het vreemd om daarnaar met een onzijdig verwijswoord te verwijzen, en kiezen daarom voor die in zinnen als 'Het meisje die daar fietst, zit op de havo' en 'Het neefje die vlakbij woont, komt hier veel vaker dan mijn andere neefje.' Dit gebruik van die is echter voor de meeste taalgebruikers (nog) niet acceptabel.

Toch geeft de Algemene Nederlandse Spraakkunst (ANS) voorbeelden van acceptabele zinnen waarin met die wordt verwezen naar een het-woord:

  • Zijn meisje, die bij ons op kantoor werkt, is met vakantie.
  • Het hoofd van de afdeling, die een eigen parkeerplaats heeft, kwam juist die dag niet met de auto.

Die verwijst hier naar een persoon en leidt een uitbreidende bijzin in; er moet daarom een komma voor staan. In beide zinnen is dat grammaticaal eveneens te verdedigen, maar die kan ook; het klinkt in de tweede zin zelfs duidelijk beter.

Bij bezittelijke en persoonlijke voornaamwoorden gaat het biologische geslacht overigens altijd boven het grammaticale geslacht als het om een persoon of een vrouwtjesdier gaat:

  • Het meisje zei dat ze honger had.
  • Ik vroeg aan het jongetje waar hij vandaan kwam.
  • Mijn zoon is dol op zijn neefje en loopt hem overal achterna.
  • Het meisje sleutelt aan haar brommer.
  • Ik gaf het moederkonijn extra voer en dat at ze allemaal op.
  • 'Het moederschaap voedde haar lam.

Bij andere het-woorden is alleen de verwijzing met het en zijn juist: 'Het bedrijf zorgt goed voor zijn medewerkers'; 'Het management weet niet goed waar het naartoe wil.'

Verwante adviezen

Trefwoorden

terug
voorjaarsbanner

banner ITV

taalkalender