Welke titulatuur hoort bij adellijke personen? En hoe combineer je die met academische titels?

 

(Burg)graven en -gravinnen worden traditioneel aangeschreven met Hooggeboren heer/vrouwe; baronnen, baronessen, ridders, jonkheren en jonkvrouwen zijn Hoogwelgeboren heer/vrouwe. Tegenwoordig kan een brief aan iemand van adel ook heel goed worden begonnen met Geachte heer/mevrouw [achternaam] – net als bij alle andere mensen. Bij leden van het Koninklijk Huis gelden wel aparte regels; zie ook het advies daarover. Bij het aanspreken van adellijke personen kan gewoon meneer of mevrouw gebruikt worden.

Combineren met initialen en andere titels
Het boek Titels, graden en titulatuur geeft de volgende regels voor het combineren van adellijke titels (prins(es), (burg)graaf/gravin, baron(es) en ridder) en predicaten (jonkheer/-vrouw) met initialen en academische titels en graden:

  1. Initialen komen ná een predicaat en vóór een titel: jonkvrouw A. de Savornin Lohman, D. graaf van der Duyn.
  2. De traditionele academische titels staan altijd direct voor de initialen: jonkvrouw mr. A. de Savornin Lohman, drs. D. graaf van der Duyn.
  3. De academische graden die horen bij de bachelor-masterstructuur staan helemaal achteraan: jonkheer A. van den Santheuvel, MSc, D. graaf van der Duyn, MBA.
  4. Ambtstitels en militaire rangen staan helemaal vooraan: professor jonkheer A. van den Santheuvel, majoor D. graaf van der Duyn.

Hoofdletters
Na een adellijke titel of predicaat wordt een voorvoegsel als van of de met een kleine letter geschreven, ongeacht of er voorletters worden gebruikt: T. baron de Raet, gravin van den Santheuvel.