Wat is juist: ‘De gebaksvorkjes liggen achterin de la’ of ‘De gebaksvorkjes liggen achter in de la’?
 

Juist is ‘De gebaksvorkjes liggen achter in de la.’

Een combinatie van twee voorzetsels of van een bijwoord en een voorzetsel, zoals achter( )in, boven( )in, boven( )op, midden( )in en onder( )op, wordt als twee losse woorden geschreven als die gevolgd wordt door:

  • (een combinatie met) een zelfstandig naamwoord: achter in het tijdschrift, boven in de kast, boven op de kast, midden in het weiland, onder op de stapel;
  • een persoonlijk voornaamwoord (mij, jou, haar, hem, ons, jullie, hen): ‘Ineens lag ik op de grond, mijn fiets boven op me.’ 

In dit soort combinaties (achter in de la, boven op de kast) bepaalt het eerste voorzetsel het tweede nader; het eerste is weg te laten (in de la, op de kast) zonder dat de zin ongrammaticaal wordt.

In andere gevallen zijn achterin, bovenin, onderop enz. één woord. Bijvoorbeeld:

  • Het artikel staat achterin.
  • Het moet ergens onderop liggen.
  • Ik ga wel middenin zitten. 
  • Leg het maar bovenin.

‘De gebaksvorkjes liggen achterin in de la’ is trouwens ook mogelijk, maar wat omslachtiger. ‘De T-shirts liggen boven in de kast’ is dubbelzinnig: er kan bedoeld zijn ‘op de bovenverdieping in de kast’ óf ‘op de bovenste plank van de kast’. Bovenin in de kast lost die dubbelzinnigheid op: zo wordt duidelijk dat het om de bovenste plank van een kast gaat.

Onderaan, bovenaan, vooraanachteraan

De combinaties onderaan, bovenaan, vooraan en achteraan vormen in hun geheel een (samengesteld) voorzetsel: onderaan de paginavooraan de rij. Het eerste voorzetsel in deze combinaties (onder, boven, voor en achter) kan in deze gevallen niet weggelaten worden: aan de pagina of aan de rij is niet correct. Daarom worden onderaan, bovenaan, vooraan en achteraan als vaste gehelen beschouwd. Meer voorbeelden: 

  • Schrijf je opmerkingen maar onderaan.
  • Schrijf je opmerkingen maar onderaan de bladzijde.
  • Bovenaan komt het adres.
  • Bovenaan de brief komt het adres.
  • We stonden helemaal achteraan.
  • We stonden helemaal achteraan de rij.

In de volgende zinnen zijn beide schrijfwijzen te verdedigen. Bovenaan kan een voorzetsel zijn, maar het kan ook gaan om het voorzetsel aan met daarvoor de nadere bepaling boven:

  • De vlag wapperde boven aan de mast.
  • De vlag wapperde bovenaan de mast.
  • De verlichting is boven aan de trapleuning bevestigd.
  • De verlichting is bovenaan de trapleuning bevestigd.