Page 24 - OnzeTaal_okt2019_HR
P. 24

‘medicijn’. En ook bij medicijnen met identiek werk-
            zame stoffen kan de effectiviteit ervan verschillen. Zo                                              Foto: Saskia Aukema
            werkt een rode pil beter tegen pijn dan andere kleuren
            pillen, is een bekend merk effectiever dan een merk-
            loos geneesmiddel en hebben behandelingen vaak
            meer effect als deze simpelweg duurder zijn. Als iemand
            verwácht dat een behandeling werkt, vergroot dat de
            effectiviteit ervan. Al dit soort effecten van een behan-
            deling behoren tot dat ‘placebo-effect’.

            PLACEBO-OPERATIES
            Een rode pil die beter werkt? Verwachtingen die een
            behandeling sturen? Het klinkt misschien niet erg
            wetenschappelijk, maar dat is het wél. Dat de verwach-
            tingen over de effectiviteit van een behandeling een
            belangrijke rol spelen in uiteindelijk herstel, is weten-
            schappelijk aangetoond. Dit effect is zó sterk dat
            momenteel met placebo-operaties wordt geëxperi-
            menteerd ter vervanging van echte, soms ingrijpende
            operaties. U leest het goed: operaties waarbij men doet
            alsóf er geopereerd wordt, terwijl dat niet het geval is.
            In sommige gevallen kan dat net zo goed werken als
            de echte operatie. Dat is de kracht van suggestie.
               Communicatie tijdens medische consulten speelt –
            grotendeels onbewust – in op deze kracht van sugges-
            tie. Wanneer een arts overtuigend stelt dat een behan-
            deling een grote kans van slagen heeft, wordt daarmee



               ‘Ik heb slecht nieuws voor                    Ilona Plug (r.) won samen met collega Inge Stortenbeker een
               je’ kan leiden tot meer                       masterclass Wetenschapscommunicatie bij Onze Taal.

               verontrusting dan ‘Ik heb                     PIJNLIJKE TAAL

               geen goed nieuws.’                            Die conclusies klinken misschien vanzelfsprekend. Toch
                                                             is hier nog nauwelijks onderzoek naar verricht. We we-
                                                             ten nog maar weinig over wat die precieze woordkeuzes
                                                             teweegbrengen bij patiënten. Bovendien zal de ene pati-
            ook het daadwerkelijke slagingspercentage beïnvloed.   ent gevoeliger zijn voor dit soort varianten in woordkeus
            Terwijl als je vlak voor een prik te horen krijgt ‘dat het   dan de andere. Denk bijvoorbeeld aan iemand die zich
            pijn gaat doen’, de kans groot is dat je daadwerkelijk   maar niet lijkt te realiseren dat het erg slecht gaat. Moet
            ook meer pijn ervaart dan wanneer er zonder waar-  je meer positieve bewoordingen kiezen om het slechte
            schuwing begonnen wordt. Met een waarschuwing    nieuws te brengen?
            verwacht je pijn, waardoor je vanzelf ook (meer) pijn      Of neem nu een patiënt bij wie geen oorzaak gevon-
            ervaart.                                         den kan worden voor de klachten. Heeft het zin om hem
                                                             of haar gerust te stellen door te zeggen wat het in ieder
            IMPACT                                           geval níét is? Voor de ene patiënt zal het geruststellend
            Wat de dokter een patiënt vertelt, heeft blijkbaar direct   werken, terwijl dat voor de andere patiënt niet geldt.
            invloed op iemands ervaring van die klacht. Maar wat   Communicatie blijft maatwerk. En we kunnen nog veel
            als een dokter helemaal niet wéét of een bepaalde be-  meer onderzoek gebruiken om dat beter te leren begrij-
            handeling effectief is? Of als de boodschap nu eenmaal   pen.
            negatief is? De dokter kan moeilijk zeggen dat hij goed      Ondertussen weet ik dat mijn fysiotherapeut er goed
            nieuws heeft als dat niet zo is. Dan nóg kan taal uit-  aan heeft gedaan mij alleen maar te zeggen dat de pijn-
            komst bieden.                                    lijke naald “een beetje vreemd” zou voelen. Mij waar-
               Voor mijn promotieonderzoek houd ik me bezig met   schuwen voor wat ik zou voelen, had de pijn alleen maar
            de rol van taal in medische gesprekken. Door opgeno-  intenser gemaakt. Zijn woordkeus was voor mij genoeg
                                                             om de behandeling te kunnen doorstaan en volgende
            men consulten te analyseren onderzoek ik samen met
      ONZE TAAL 2019  —  10  als ze het met de patiënt hebben over een diagnose of   sessie. Geen pijnlijke taal, maar zorgvuldig gekozen   
            mijn onderzoeksteam welke taal dokters gebruiken
                                                             week netjes weer op de stoep te staan voor een nieuwe
            behandeling, en hoe die patiënten daar vervolgens op
                                                             woorden die zorgden voor een placebo-effect.
            reageren.
               De resultaten zijn veelbelovend. De manier waarop

            de boodschap wordt gebracht, is aantoonbaar gerela-
            teerd aan de gemoedstoestand van een patiënt. Een zin
            als ‘Ik heb slecht nieuws voor je’ kan leiden tot meer
            verontrusting dan wanneer wordt gesteld dat er ‘geen
            goed nieuws is’. Doordat de boodschap positiever
   24       geformuleerd is, verandert ook de impact ervan.
   19   20   21   22   23   24   25   26   27   28   29