Page 20 - OnzeTaal_okt2019_HR
P. 20

Uit: Ted van Lieshout,
                                                                                                Ze gaan er met je neus
                                                                                                vandoor. Amsterdam,
                                                                                                Leopold, 2018.



































            niettemin en nochtans. Ook probeerde ik als jongen door   Toch lijkt Ted, die jongen van 11 uit Mijn meneer, uw
            complexe gedichten te schrijven intelligenter over te ko-  roman voor volwassenen, wat volwassener.
            men dan ik ben. Het was een pose uit onzekerheid. Toen   “Hij is vroegwijs, maar hij kan niet over zijn eigen leef-
            ik voor kinderen ging schrijven, moest ik die woorden    tijd heen kijken. Ik was zelf op die leeftijd wel kinder-
            en complexiteit laten vallen. En toen bleek dat ik kon   achtiger. Dat zie ik in mijn dagboeken van vroeger. Het
            schrijven. Naarmate ik meer erkenning kreeg, kon ik    punt is alleen: als ik een kind helemaal levensecht zou
            gewoon helder formuleren, zonder trucjes, frutsels,   portretteren, is dat weliswaar charmant en ontroerend,
            kunstjes en franje. Zo kaal en oprecht mogelijk.”  maar na enige tijd verflauwt de aandacht van de lezer.”
            Denkt u tijdens het schrijven weleens: deze zin is te   Wat maakt dat de lezer van Mijn meneer wél doorleest?
            ingewikkeld?                                     “De toon. Die jongen moet waarachtig zijn. Waar ’m dat
            “Zeker. Zo’n zin kan ik bijna altijd simpeler maken, bij-  nou precies in zit, weet ik niet. De worsteling om de juis-
            voorbeeld door een paar woorden om te draaien. Maar ik   te toon te vinden is tegelijkertijd wat het vak zo leuk
            schrijf al zó lang dat ik als vanzelf het goede taalgebruik   maakt. Als je die toon te pakken hebt, voel je: ik heb het!
            te pakken heb. Voor kinderen schrijf ik ‘omarmend’. Ik   Maar soms ben je hem na twee zinnen weer kwijt.”
            weet instinctief wat ik wel en niet kan schrijven voor een
            jeugdig publiek. Praktisch betekent dat ook dat ik een   SOLITAIR
            leeftijdsondergrens aanhoud. Bij Ze gaan er met je neus   Hebt u ook rituelen die bij het schrijven horen?
            vandoor ligt die ondergrens bij een jaar of tien. Maar Boer   “Niet echt. Ik schrijf tegenwoordig weleens ’s ochtends
            Boris, een populaire prentenboekenserie die ik samen   heel vroeg. Dan word ik tenminste niet gestoord. Ik
            met tekenaar Philip Hopman maakte over een jongetje   houd wel een logboek bij als ik met een boek bezig ben.
            van vijf dat boer is, is duidelijk bedoeld om voorgelezen   Dat helpt bijvoorbeeld om verbanden te zien. Ook spreek
            te worden aan peuters en kleuters. Rijm en ritme zijn   ik mezelf soms streng toe in dat logboek: ‘Ted, nou ben
            eenvoudig:                                       je weer bezig met dat punt, terwijl je daar eergisteren
                                                             ook al mee zat te knoeien. Hou nou eens op met die
               Boer Boris heeft vakantie. Boer Boris gaat naar zee.  onzin.’ Het is een heel solitair vak, hoor.”
               Hij neemt voor alle zekerheid ook alle kippen mee.  Als u één lievelingsschrijver moet noemen …
                                                             “Zonder aarzeling: Annie M.G. Schmidt.”
            VROEGWIJS
                                                             Er staan al 85 titels op uw naam, maar u schrijft en
      ONZE TAAL 2019  —  10  “Nee. Jeugdliteratuur kan heel goed door volwassenen   “Zelfexpressie. En ik wil iedereen – kinderen en volwas-
                                                             tekent door. Wat is uw diepste drijfveer?
            Hanteert u ook een bovengrens?
            gelezen worden. Je moet er als schrijver rekening mee
                                                             senen – laten kennismaken met kunst. Mijn medium
                                                             is het boek. Kijk hier,” (Van Lieshout laat zijn jongste,
            houden dat een jonge lezer – of degene die voorgelezen
                                                             onlangs verschenen werk zien, het schitterend vorm-
            wordt – niet over zijn eigen leeftijd heen kan kijken. Een
                                                             gegeven Kleuren) “is dat niet prachtig?” Het is een rijk-
            34-jarige weet wat het is om 11 te zijn, maar andersom
            kan een 11-jarige niet weten wat het is om 34 te zijn. Bij
            jeugdliteratuur kunnen volwassenen en kinderen elkaar
                                                             karakteristieke manier allerlei kanten van kunst en
                                                             kleur verkent.
            vinden, omdat ieder voor zich weet wat het is om kind te   geïllustreerd boek waarin de schrijver op zijn eigen,
            zijn óf te zijn geweest. Ze hebben niet met elkaar ge-  U past als ‘totaalkunstenaar’ in geen enkel hokje.
   20       meen dat ze volwassen zijn of al waren.”         “Jawel, in het hokje ‘Ted van Lieshout’.”   
   15   16   17   18   19   20   21   22   23   24   25