Page 9 - OnzeTaal_juni2020_HR
P. 9

beeld ier (‘hier’), ep (‘heb’) en ulle
                                                                            (‘hun, hullie’), en ze vormden de w
                                                                            met beide lippen, zoals de Engelsen.
                                                                            Die bijzonderheden komen ook voor
                                                                            in het Antwerps en Brabants. Dit be-
                                                                            wijst dat de wortels van het Jordanees
                                                                            teruggaan tot 1700: toen vluchtten
                                                                            namelijk veel Zuid-Nederlanders naar
                                                                            Amsterdam, en uit registers van de
                                                                            burgerlijke stand weten we dat zij zich
                                                                            vooral vestigden in de Jordaan.

                                                                            INDUSTRIALISATIE
                                                                            De wijkgebonden verschillen, die
                                                                            volgens Winkler in 1874 al in verval
                                                                            waren, verdwenen eind negentiende
                                                                            eeuw geleidelijk. Sommige klanken
                                                                            breidden zich uit over meerdere wij-
                                                                            ken. Terwijl Haarlemmerdijkers in
                                                                            1775 een paal ‘peel’ noemden, spra-
                                                                            ken hun kleinkinderen in 1874 over
                                                                            ‘paol’, met de o-achtige a die begin
                                                                            negentiende eeuw al gebruikelijk
                                                                            was in Kattenburg en de Jordaan.
                                                                            Jiddische woorden als gajes, goochem,
                                                                            kapsones en poen verbreidden zich
                                                                            van de Jodenhoek naar andere wij-
                                                                            ken, zoals de Jordaan, en werden ook
                                                                            onderdeel van het Bargoens.
                                                                                  Dat het taalgebruik binnen de
                                                                            wijken veranderde, was het gevolg
                                                                            van de industrialisatie. Die zorgde
                                                                            voor veel arbeidsmigratie binnen
                                                                            Amsterdam en voor een trek van bui-
                                                                            ten naar Amsterdam. Deze mobiliteit
                                                                            slechtte de onzichtbare barrières
                                                                            tussen de wijken en daarmee ook de
                                                                            wijkgebonden taalverschillen. In
                                                                            plaats daarvan kwam er sociale vari-
            Kaart van Johan Winkler met achttien van de negentien    atie: het Amsterdamse dialect of sociolect werd de taal
            tongvallen, aan het begin van de twintigste eeuw getekend    van de lagere klasse, terwijl de hogere klasse Standaard-
            op het Meertens Instituut.                       nederlands ging spreken. Kenmerkend voor het Am-
                                                             sterdamse sociolect werden de stemloze uitspraak van
                                                             v, z en g (‘fan de son cheniete’, ‘de son in de Suidersee
            PLATTELAND                                       sien sakken’) en de klanken ao (‘paol’) en ai (‘bai mai’:
            De variatie tussen de wijken was dus veel kleiner dan   ‘bij mij’).
            Winkler beweerde, maar ze bestond wel. Hoe kwam dat?      In de tweede helft van de twintigste eeuw kreeg het
            Van oudsher had de Amsterdamse werkgelegenheid gro-  Amsterdamse stadsdialect steeds meer prestige, vooral
            te aantrekkingskracht op mensen van buiten. Mensen   dankzij echt-Mokumse zangers en televisiepersoonlijk-
            met eenzelfde achtergrond gingen vaak bij elkaar wonen   heden als Tante Leen en André Hazes. Dankzij hen zijn
            en daardoor bleven bepaalde taalkenmerken in stand.   woorden uit het negentiende-eeuwse Jodenhoeks, Jor-
            De meeste (Jiddisch-sprekende) Joden woonden bijvoor-  daans en Bargoens algemeen bekend geworden. Het
            beeld in de Jodenhoek. Tussen de wijken bestond weinig   Amsterdams inspireerde later ook rappers, zo blijkt uit
            contact: rond 1850 waren echte Kattenburgers er nog   het prachtige loflied ‘Origineel Amsterdams’ van de
            trots op dat ze nooit aan het ‘Aer-end’ (het andere eind,   Osdorp Posse:
            de Haarlemmerdijk) waren geweest.
               Uit de klankkenmerken van een wijk kunnen we soms   Hier in Amsterdam zegt iedereen je waar het op staat!
            opmaken waar de inwoners oorspronkelijk vandaan    Een homofiele hoer dat is een broodpoot of een
            kwamen. Zo blijken Haarlemmerdijkers afkomstig van    schandknaap
            het Noord-Hollandse platteland: hun uitspraak van de   en als je wordt geprikt dan heet je nieuwe snee ‘Jaap’
            lange a als ‘ee’ (paal klonk als ‘peel’) en van de ui als ‘oi’   Schorem moet naar de bajes, da’s een grote teil met
            (luizig werd ‘loisig’) is namelijk kenmerkend voor het   gajes                                        ONZE TAAL 2020  —  6
            Noord-Hollandse, West-Friese en Zaanse plattelands-   De nor, de lik, de bak, de cel alswel de Bijlmerbajes
            dialect. Het Kattenburgse ‘skip’ en ‘skuit’ voor schip en   Stelen heet pikken, jatten, gappen of klauwen (…)
            schuit wijst op een herkomst uit West-Friesland en de   Hier in Amsterdam zegt iedereen je waar het op staat! 
            Zaanstreek.
               Het verrassendst is de overeenkomst tussen het Jor-
            daans en het Brabants. Negentiende-eeuwse Jordanezen   Brenda Assendelft en Kristel Doreleijers hebben mee-
            lieten incidenteel de h weg voor een klinker in bijvoor-  gewerkt aan de materiaalverzameling.       9
   4   5   6   7   8   9   10   11   12   13   14