Page 13 - OnzeTaal_juni2020_HR
P. 13
ben geschreven, is onbetwist. En in zijn kritieken, zoals Tegelijkertijd vond hij dat niet zomaar iedereen zich
die op Bilderdijk, liet hij ook zien dat hij heel nauwkeu- dat soort eigenzinnigheden kon permitteren. Wanneer
rig kon lezen. Hij kon ook dankbaar zijn als iemand zó een minder geschoolde bewonderaar hem een brief
goed las dat die hem op een onnauwkeurigheid betrapte: schreef en daarin spelfouten maakte, raadde Multatuli
“Uw executie van ‘mooischryvery’ is heerlyk. (Ja, juist, hem aan daar wat aan te doen. Hij vond dat je eerst de
de aangehaalde zinsnede is slordig, incorrect! by her- conventies moest kennen voor je er je eigen keuzes in
druk zal ik ’t zeggen.)” kon maken: “Ik heb een neefje die spelfouten maakt, en
zich daarom Multatulist noemt. Wat zou m’n aanhang
RAKE OBSERVATIES groot wezen, als dat opging.” (Let in dat citaat ook even
Multatuli’s werk is nog steeds verplichte kost voor de op dat “die”: dat is “dor hout”.)
ware taalliefhebber. Door het hele werk tintelen rake
observaties over de taal, zoals over de modieuze neiging HALVE WILDEN
– in de negentiende eeuw! – om een doodgewone school Met taalwetenschappers had hij evenmin veel op. Ze
ineens een ‘instituut’ te noemen: “Ik vind het ’n vreem- hadden geen oog voor het feit dat een taal leeft, dat ze
de manier van vooruitgang, de dingen anders te noemen “niet gemaakt wordt, maar ontstaat”, en dat daarom
dan ze werkelyk heten.” “het vóórschryven van willekeurige bepalingen, vaak in
strijd met het feit, een ydel pogen is.” Een spelling als
Zoveel gevoel voor hoe mensch werd verdedigd met een beroep op de etymologie
– in een ver verleden zou aan het eind van dat woord ook
mensen taal gebruiken om echt een ch-klank hebben geklonken – maar Multatuli
vond het belachelijk om te denken dat je een taal kende
zich te onderscheiden vind je als je kon aanwijzen “hoe eeuwen geleden zeker woord
in een andere taal werd geschreven door halve wilden
bij weinig andere schrijvers. die niet schryven konden”. Dit alles weerhield hem er
overigens niet van om af en toe ook zelf te speculeren
hoe een woord in het verleden geklonken moest hebben:
etymologie was een van zijn hobby’s.
Vooral opvallend zijn de talloze opmerkingen over De rode draad in zijn denken over taal was dat de
de manier waarop mensen elkaar in klassen en groepen schrijver zich niet moest uitdrukken in een verzameling
indelen door de taal die ze spreken. De roman Woutertje min of meer willekeurige regels die hem nu eenmaal op
Pieterse is nog steeds een van onze beste bronnen voor school waren aangeleerd, maar voortdurend op zoek
de vele kleuren van het Amsterdams van de vroege ne- moest naar het juiste woord, het meest precieze – ook
gentiende eeuw, ook omdat het boek vertelt hoe mensen als dat woord voor deftige schrijvers te volks was.
hun taal soms aanpasten als ze beter gingen wonen:
“Leentje [de ‘meid’ van de familie – MvO] werd plechtig GEWELD
uitgenodigd haar verleden deelwoord ‘gezeid’ te ver- Precies dat voortdurende streven om het goed te zeggen,
anderen in: ‘gezegd’, want juffrouw Pieterse had opge- en dat voor een publiek dat “niet lezen kon”, begon
merkt, dat ‘de mevrouw van hiernaast’ zo conjugeerde.” Multatuli steeds meer te vermoeien. In de laatste jaren
Verderop in het boek komt Wouter op een kantoor te voor zijn dood viel hij stil, in ieder geval in zijn geschrif-
werken waar hem een ‘tas’ koffie wordt aangeboden: ten voor de drukpers. Gelukkig schreef hij af en toe nog
“En de heer Wilkens had wel mogen zeggen: ’n bak. wel lange brieven waarin hij zich beklaagde over het feit
Maar ‘tas’ kwam hem indrukwekkender of aanzienlyker dat hij niet meer schreef. Het werd te moeilijk, en te
voor, en Wouter, die weinig grondstof nodig had om zich weinig effectief in de maatschappelijke strijd waartoe hij
te verheugen, was zeer in z’n schik met het nieuwe met zijn geschriften altijd had willen oproepen. Zó groot
woord dat-i daar zo onverwacht en gratis mocht leren was de teleurstelling in het instrument van de taal dat
kennen. By hém aan huis namelyk, noemde men zo’n hij in zijn laatste werk een van de schokkendste dingen
ding ’n spoelkom.” schreef die een schrijver kan schrijven: “Myn innige over-
tuiging is dat er slechts één praktisch wapen is, het heet
SPREEKTAAL geweld.” Gelukkig vond hij het toepassen van dat geweld
Zoveel gevoel voor hoe mensen taal gebruiken om zich waarschijnlijk nóg wat lastiger dan het gebruik van taal.
te onderscheiden vind je bij weinig andere schrijvers. De
afstand tussen schrijftaal en spreektaal was bij de mees-
te auteurs nog enorm, en het was niet ongebruikelijk dat
romanpersonages spraken in lange plechtstatige zinnen 2020: Multatuli-jaar
vol woorden die in het dagelijks leven niemand gebruik-
te. Multatuli verzette zich daartegen en verweet school- Op 2 maart was het tweehonderd jaar geleden dat
meesters dat ze kinderen afleerden zich goed uit te Multatuli werd geboren. In februari onthulde koning
drukken: “Ik leg me toe op ’t schryven van levend hol- Willem-Alexander een gedenksteen in de Nieuwe
landsch. Maar ik heb schoolgegaan”, is een van zijn Kerk in Amsterdam en hield de nieuwe Multatuli-
bekendste uitspraken. hoogleraar Jacqueline Bel haar oratie aan de Vrije
Zijn bijna obsessieve aandacht voor de taal strekte Universiteit. Aan het eind van dit jaar zal een grote
zich ook uit tot de spelling van woorden als mensch. nieuwe website worden geopend met al het werk van ONZE TAAL 2020 — 6
Ook die spelling was een voorbeeld van slecht, want Multatuli (inclusief niet eerder gepubliceerde brieven
onnatuurlijk, schrijven. “Roep eens: ‘geloof me, o en fragmenten) en heel veel werk óver Multatuli.
mens... CH!’ Zoo’n mensch zal wat gelooven, ja, maar Van veel andere activiteiten is nog niet duidelijk of
hy zal niet U gelooven. Hy zal gelooven dat ge een ver- ze door kunnen gaan; actuele informatie daarover is
velend mensCH zyt.” Hij ontwikkelde een eigenzinnige te vinden op de (ook vernieuwde) website van het
spelling waarin hij zulk “dor hout” probeerde weg te Multatuli-museum: www.multatuli-museum.nl.
hakken. 13

