Page 14 - OnzeTaal_juni2020_HR
P. 14

Als iemand in de negentiende eeuw
            gaat wandelen met zijn ‘rotting’, doet
            hij dat niet met bederfelijke waar,

            maar met een stok. Over verrassende
            woordbetekenissen in de boeken
            van toen.


            BERTHOLD VAN MARIS


































            Er staat niet



                                                wat er staat






                                 Valse vrienden uit de negentiende eeuw




                     ls je een tekst uit de negentiende eeuw leest,   een misverstand. Peul (ook wel peluw) betekent hier een
                     zijn er soms woorden die je op het verkeerde   ‘kussen’. De borsten zijn dus donzige kussens. En weg is
                     been zetten, omdat ze nu iets anders beteke-  die vreemde beeldspraak.
            A nen dan toen. In een erotisch gedichtje van
            Jacob van Lennep (1802-1868), ‘Aan een roosje’, lijkt de   WELLUST
            dichter een wel erg vreemd beeld te gebruiken om de   Zo gaat het vaak in teksten van twee eeuwen geleden. Er
            borsten van een mooi meisje te beschrijven. Er bevindt   zijn een heleboel woorden die toen een andere betekenis
            zich een roos tussen haar borsten. De dichter is jaloers   hadden, of een andere betekenisnuance.
      ONZE TAAL 2020  —  6  Zachtgekleurde lentebloesem,     Beets (1814-1903) schrijft in zijn romantische gedicht
            op die roos:

                                                               Wellust had in die tijd nog niet per se de seksuele,
                                                             negatieve bijklank die het woord nu heeft. Nicolaas
               Die Selindes borstjes kust,
                                                             ‘Kuser’ over een vrouw dat iedereen haar “met (...) wel-
                                                             lust” bekeek. Daarmee bedoelde hij niet dat iedereen
               Die zo mollig op haar boezem
               Tussen donzen peulen rust!
                                                             graag zo snel mogelijk met haar uit de kleren zou willen
                                                             grote vreugde’.
            Borsten als donzige peulen, dat klinkt behoorlijk mo-
                                                               En als de hoofdpersoon van de roman De lotgevallen

            dern. Je zou je kunnen voorstellen dat een surrealisti-  gaan, maar alleen: ‘haar aanblik verschafte iedereen
            sche schilder als Dalí of Moesman een vrouw schildert   van Ferdinand Huyck van Jacob van Lennep ergens ver-
    14      met borsten in de vorm van peulen. Maar het is allemaal   zucht dat hem een “gevoel van wellust” vervult, dan is
   9   10   11   12   13   14   15   16   17   18   19