Page 17 - OnzeTaal_juni2020_HR
P. 17
bewustzijn. Kon het anders? Vlamingen zijn extra gevoe- Toen in 1894 het cijnskiesrecht (enkel wie belastingen
lig voor taal omdat het koninkrijk België lang de facto betaalt, mag stemmen) werd uitgebreid tot het alge-
maar één taal, het Frans, heeft aanvaard en beleden. meen meervoudig stemrecht, werd een evolutie ingezet
Wie geen Frans sprak, kon tot ver in de twintigste eeuw die uiteindelijk het bestaande demografische overwicht
niet stijgen op de sociale en maatschappelijke ladder. van de Vlamingen in België politieke macht zou geven.
De meerderheid werd daardoor sociaal-economisch In 1898 werd dan ook, na veel tegenstand en vertraging,
achtergesteld en politiek onmachtig gehouden. Tegelijk voor de gelijkheidswet gestemd: Belgische wetten wer-
werd het rijke, Vlaamse verleden ingeschakeld in de den voortaan zowel in het Nederlands als in het Frans
natievorming van de jonge staat België. Vlaanderen geformuleerd, bekrachtigd, afgekondigd en bekendge-
mocht bestaan, maar zijn taal werd op een veilige af- maakt. Het Nederlands werd daarmee – althans officieel
stand gehouden van de enige taal die het kersverse – gelijkwaardig aan het Frans. Maar het onderwijs bleef,
België in de wereld zou uitdragen: het Frans. op het lager onderwijs na, uitsluitend Franstalig. Zo zei
kardinaal Mercier in het begin van de twintigste eeuw
WAAIER nog dat “le flamand” geen geschikte taal was voor de
Maar wat was die taal van Vlaanderen? In 1830 had universiteit: het was een lokale taal met een beperkte
Vlaanderen geen Nederlandse standaardtaal, op een uit actieradius. Door het bewust over ‘Vlaams’ te hebben en
het Frans vertaalde of in het Frans gedachte variëteit na.
Het volk sprak een waaier aan dialecten, rijke en oude
dialecten, die vaak enkele tientallen kilometers verder
niet meer werden begrepen. “Le flamand” zou geen
De ‘Nederlandsche Taal- en Letterkundige Congres-
sen’, die vanaf 1849 in Gent en later afwisselend in geschikte taal zijn voor
Nederland en Vlaanderen werden georganiseerd, zouden
de band tussen Noord en Zuid gaande houden en de zaak de universiteit.
van het Nederlands in België uiteindelijk ten goede ko-
men. In dat België was de Vlaamse Beweging ontstaan,
die eerst een taalbeweging was, en als vanzelf een cul-
tuurbeweging werd. niet over ‘Nederlands’, kon hij de repliek ontwijken dat
In 1864 besliste men in het Zuiden om de in 1863 er in Nederland wel degelijk universiteiten waren die die
verschenen spelling van De Vries en Te Winkel over taal gebruikten.
te nemen – Nederland volgde pas enkele jaren later. Intussen hebben ook tegenwoordig nog veel Frans-
Gedurende de hele negentiende eeuw woedde evenwel taligen, zelfs Franstalige Belgen en – godbetert – soms
de strijd tussen de ‘particularisten’ en de ‘integrationis- ook Vlamingen het over ‘het Vlaams’, waaraan de con-
ten’. De eersten wilden een eigen Zuid-Nederlandse, een notatie blijft hangen van een plaatselijk, eventueel leuk
‘Vlaamse’ variant van het Nederlands ontwikkelen. De taaltje, maar niet die van cultuurtaal.
heftigste voorstanders kwamen uit West-Vlaanderen.
Ze zetten zich af tegen de Noord-Nederlandse norm, om TUSSEN TWEE STOELEN
het eigen volk rein en katholiek te houden, vrij van alle De complexe taalsituatie in België aan het eind van de
protestantse invloeden. De dichter Guido Gezelle was negentiende eeuw wordt mooi geïllustreerd door de
zo’n particularist: hij vond dat de Vlaming zijn dialect positie van de Franstalige literatuur, geschreven door
moest gebruiken in zijn gewone taalgebruik en in de Vlamingen als Maurice Maeterlinck (de enige winnaar
poëzie, en dat hij voor de andere, lees: hogere, taalfunc- van de Nobelprijs voor literatuur uit de Lage Landen),
ties het best … het Frans kon gebruiken. De integratio- Émile Verhaeren en Georges Rodenbach. Ze hadden
nisten pleitten voor een norm die geënt was op die van succes in Parijs, ook omdat ze Vlamingen waren en dus
het Noorden. Daar bestond immers een standaardtaal en als anders, als lichtelijk exotisch, werden ervaren. Maar
die was men in het Zuiden bij wijze van spreken na de als ze al Nederlands begrepen, spraken ze hoogstens een
val van Antwerpen in 1585 geleidelijk aan kwijtgeraakt. Vlaams dialect, en dan nog alleen met de meid, de koet-
Vooral de gallicismen moesten het bij de integrationis- sier en het naaistertje dat ze één keer per week beken-
ten ontgelden. den. Max Elskamp, die een Vlaamse vader en een Waalse
moeder had, betreurt het zelfs geen “Vlaams” te ken-
BEPERKTE ACTIERADIUS nen. Hij voelt zich tussen twee stoelen gevallen: hij kent
Tegen 1900 was de discussie beslecht. De Vlamingen geen “Vlaams”, en maakt fouten in het Frans. Ook
kozen voor een taal uit het buitenland, ook al was dat Hendrik (Henri) Conscience, de auteur van De leeuw van
het dichtstbijzijnde. Een vreemde taal dus: het Neder- Vlaanderen, die een Franse vader en een ongeletterde,
lands. Ze moesten die nog beginnen leren. En misschien Vlaamse moeder had, groeide op met twee talen en was
zijn ze daar vandaag nog altijd mee bezig. Maar dat is in geen van beide goed thuis. Hij begon overigens eerst
een ander verhaal. in het Frans te schrijven.
Intussen had het Nederlands – althans een soort
Nederlands – zijn mars door de Belgische instellingen In 1912 stelde de Waalse socialistische politicus Jules
ingezet. In 1886 werd in Gent de Koninklijke Vlaamsche Destrée in zijn beruchte open brief aan koning Albert I
Academie voor Taal- en Letterkunde opgericht. Op 1 ok- “over de scheiding van Wallonië en Vlaanderen” dat er ONZE TAAL 2020 — 6
tober 1887 sprak koning Leopold II bij de plechtige ope- geen Belgen bestaan, alleen Walen en Vlamingen. Nog
ning van de Vlaamsche Schouwburg in Brussel (de huidi- belangrijker is dat hij scherp signaleerde dat de Frans-
ge Koninklijke Vlaamse Schouwburg, KVS) voor de eerste taligen het recht aan het verliezen waren om hun taal in
keer in het openbaar (een paar woorden) Nederlands. En Vlaanderen te mogen gebruiken in de openbare ruimte.
in 1888 hield volksvertegenwoordiger Edward Coremans, De rest is geschiedenis.
tot ontzetting van vele eentalige Franstaligen, de eerste
Nederlandse toespraak in het Belgisch parlement. 17

