Page 22 - OnzeTaal_juni2020_HR
P. 22
LEERZAAM niet meer had willen vinden. Ik weet niet of de online
Het was een rare manier van werken. Ik moest me voor krantenarchieven sinds mijn vorige zoektocht van een
mijn vertaling nu eens niet verplaatsen in een auteur of jaar daarvoor sterk waren uitgebreid, of dat ik (wat waar-
in hedendaagse lezers en hun verwachtingen, maar pro- schijnlijker is) een jaar geleden gewoon had zitten sla-
beren in de huid te kruipen van een andere vertaler. Ik pen. Maar precies hetzelfde feuilleton had ook in een
voelde me soms een beetje als een restaurateur die een andere krant gestaan, en in het online archief daarvan
klein hoekje op een Rembrandt aan het bijschilderen is. ontbreekt er niets: hoofdstuk twee staat er gewoon bij.
Waarmee mijn hele vertaalproject op slag overbodig
De negentiende-eeuwer bleek. Bijna een zinloze exercitie – als het niet zo leer-
zaam was geweest.
Uiteraard sloeg ik aan het vergelijken. Zo ontdekte ik
formuleerde eenvoudiger nog een paar domme kleine fouten en slordigheidjes in
dan ik had verwacht. mijn vertaling, die mijn negentiende-eeuwse confrère
niet had gemaakt. Maar over het algemeen was ik wel
tevreden. Het kader op de vorige bladzijde geeft een
indruk van de twee versies; wie ze nog eens rustig wil
Na een week of twee had ik een versie waarmee ik bekijken en vergelijken, kan terecht op mijn website.
redelijk tevreden was. Die moest nog even liggen rijpen, Daar staat ook de gehele novelle.
en dan zou ik hem na een laatste correctie invoegen in
de novelle en het geheel online zetten op mijn website. Tekst nummer 1 in het kader op de vorige bladzijde stamt
En dan mocht de lezer raden welk hoofdstuk van mijn uit de negentiende eeuw.
hand was. Frank Lekens’ vertaling en de originele vertaling van
Maar toen ik in een verdwaald moment nog eens op hoofdstuk twee (plus de gehele novelle van Thomas Hardy)
de tekst googelde, vond ik iets wat ik eigenlijk helemaal zijn te lezen via www.onzetaal.nl/hardy.
DICHTPLAATSEN INGMAR HEYTZE
Dichter Ingmar Heytze over stijlfiguren, of ‘dichtplaatsen’, zoals hij ze ook wel noemt.
De historiserende wijs
et is een vreemd, maar altijd actueel verlangen het begrip misschien te breed – dan mag iedereen die
om terug te reizen naar een tijdperk waarin je weleens een ballade, sonnet of rondeel heeft geschre-
H liever had geleefd. Alleen zou je je kapotschrik- ven, immers ook meedoen. Bovendien is de inhoud van
ken als het per ongeluk gebeurde, en waarschijnlijk net hun werk doorgaans wél eigentijds.
zo opgelucht zijn als de zestienjarige Dolf als er tegen De historiserende wijs is misschien beter te omschrij-
het slot van het boek een einde komt aan zijn kruistocht ven als een aanduiding voor gedichten die niet lijken te
in spijkerbroek. Tegenwoordig spelen hele volksstam- zijn geschreven in hun eigen tijd, maar (veel) eerder, en
men historische of fantasy-achtige veldslagen na, en zowel vormtechnisch als inhoudelijk een vroeger tijd-
leven ze zich er volkomen in uit, maar ook zij zijn meest- perk ademen. En daarmee komen we bij Simon Mulder,
al blij als ze na een weekend in de blubber weer terug die zich niet alleen vaak historisch kleedt, maar ook
kunnen naar hun centraal verwarmde bestaan. ambachtelijke boekdrukkunst, voordrachtskunst en het
Er zijn dichters bij wie het precies andersom is: ze zijn mixen van periodecorrecte cocktails bedrijft, en het
te laat geboren, verdwaald in de toekomst en lijden aan sterkste voorbeeld is van een negentiende-eeuwse dich-
ONZE TAAL 2020 — 6 bekendste voorbeeld. En ik vermoed dat Menno Wigman Mijn hoofd is als een lege zaal
wat je ‘tijdwee’ zou kunnen noemen. Het komt relatief
ter in het nu. De eerste zes regels uit zijn ‘Mijn hoofd is
als een lege zaal’ – uit 2012:
weinig voor; Jean-Pierre Rawie is waarschijnlijk wel het
misschien niet per se in het Parijs van Baudelaire of het
Ik eet er vreugdeloos mijn maal
Berlijn van Gottfried Benn (of David Bowie) had willen
En wacht doorheen de nachtelijke stonden
léven, maar er best een tijdje op vakantie had gewild.
In het werk van retorisch zeer sterke dichters als
Gerrit Komrij en Ilja Leonard Pfeijffer vind je geregeld
En zie mij niet terechtgewezen
vormen terug die zijn ontstaan in vroeger tijden, maar Ik kan de straten niet meer lezen
als we dat ook als historiserend gaan beschouwen, wordt Wanneer ik er verdwaal
22

