Page 23 - OnzeTaal_juni2020_HR
P. 23
TEKSTSNIJDERS
Neerlandicus
Neerlandicus: :
een negentiende-
eeuwse spotnaam?
PETER-ARNO COPPEN
Geen woord
aar komt het woord neerlandicus van-
daan? De Groningse hoogleraar Klaas
W Heeroma slingerde in 1968 het verhaal de
wereld in dat het woord ontstaan zou zijn als een olumnisten hadden het moeilijk in de
spotnaam onder negentiende-eeuwse Leidse stu- negentiende eeuw. Ze konden amper rond-
denten. Hij had zich op buitenlandse congressen C komen. Er was nog geen Onze Taal waar ze
ongemakkelijk gevoeld toen hij te midden van ger- voor konden schrijven, je had nog geen radio, geen
manisten, anglisten en hispanisten moest zeggen: televisie, je had niks. Ja, je had De Telegraaf. Geen
‘Ich bin Neerlandicus.’ Waarom kon hij zich geen Volkskrant nog, geen Stijl. De Stijl verscheen pas in
‘neerlandist’ noemen? Of waarom eigenlijk geen 1917 als tijdschrift. Kortom, het was sappelen.
‘nederlandist’? Was dat Neêrland ook niet een Wat je wel al had, was onze taal, het Nederlands.
verouderd, naar negentiende-eeuws patriottisme Dat sprak men de hele dag door. En daar zat geen
riekend woord? Weg ermee! woord Spaans bij. Behalve misschien basta, maar dat
Voer voor zijn aversie meende Heeroma te vin- was genoeg.
den in het Woordenboek der Nederlandsche Taal, waar Heel veel nu nog steeds gangbare woorden waren
redacteur Kluyver in 1910 bij het woord Neerlandicus er al. Zoals droeftoeter en mafkees, voor als iemand
had vermeld: “Neerlandicus wordt niet zelden ge- ineens veel te hard langsfietste. De fiets zelf en ook
zegd voor: student in de Nederlandsche letteren”. het woord fiets werden bedacht. Eerst was er het
Heeroma las hierin dat het woord neerlandicus geen ding, begin negentiende eeuw. Toen riepen mensen:
serieuze term was, maar een woord waarmee die ‘Kijk, ik zit op een ding!’ En dan vroeg men: ‘Wat is
studenten spottend werden aangeduid, zoals je een het dan, een auto?’ ‘Nee, nog niet. Nee, dit is een eh
germanist schertsend een ‘duitsicus’ zou kunnen … ding.’ Pas in 1870 kwam men erachter dat het een
noemen. En Kluyver kon het weten, volgens Heero- fiets was, waarop ze fietsten. Daarvóór hadden ze
ma, want hij had zelf in Leiden Nederlands gestu- dus geen idee wat ze aan het doen waren.
deerd. Maar had Heeroma gelijk? Hoe zat dat met Een typisch negentiende-eeuwse uitdrukking
die studenten in Leiden? was: ‘Dat is zó 1798’ als iets niet heel erg hip was.
De eerste studenten Nederlands kwamen inder- Hip als woord bestond ook nog niet, alles was nog
daad uit Leiden. In een verslag aan de overheid uit ‘trendy’. ‘Pointillisme is hartstikke trendy’, zeiden
1877 staat al: “Aan de vier studenten, die zich toe- de Jasper Krabbés van die tijd, als ernaar werd ge-
legden op het doctoraat in de nederlandsche taal- vraagd door de presentatieduo’s van toen, maar die
en letterkunde, werden door den hoogleeraar De zaten ook vaak nog zonder werk. Werken dat deed
Vries private lessen gegeven.” In 1892 komt het je in de ‘fabri’, een toen gangbare afkorting voor
woord neerlandicus voor het eerst voor in het ver- fabriek. Mensen zaten in de ‘industriële revo’, oude
slag van de Rijksuniversiteit Groningen. Bij een col- straattaal voor de toenmalige revolutie.
lege Sanskriet staat: “Dit college is eerst na Kerst- In de negentiende eeuw werden ook de eerste
mis gegeven ter tegemoetkoming aan de wenschen foto’s gemaakt waarop mensen Nederlands spraken.
der Neerlandici onder de hoorders, die vóór Kerst- Voor die foto’s gold: je stond op de foto, of je stond
mis geen tijd hadden zich behoorlijk aan die studie niet op de foto; het was allemaal nog heel zwart-wit.
te wijden.” Dit geeft natuurlijk geen gunstig beeld Als je in de negentiende eeuw je leven als een
van de studiehouding van de studenten Nederlands, film aan je voorbij zag trekken, behoorde je tot de
maar er lijkt geen sprake van spot. Een paar jaar happy few die al een film hadden gezien. Dat ge-
later vermeldt de Rijksuniversiteit Leiden een beurde voor het eerst pas in 1896 in Nederland,
“Lezing en verklaring van la Chanson de Roland voor maar films waren toen allemaal heel stom. Film zei
Neerlandici”. Wederom niets grappigs aan. Het is mensen niks. Je zweeg als de film, in die tijd. Freu-
zeer onwaarschijnlijk dat universiteiten in hun offi- diaanse versprekingen bestonden ook nog niet, het
ciële verslagen aan de overheid schertsende termen waren gewoon versprekingen; je lulde in je moeder-
gebruiken. taal, wist jij veel.
Het lijkt er dus op dat Heeroma’s interpretatie De eerste die met een half oor naar iemand
van de opmerking van Kluyver voornamelijk is luisterde, was Vincent van Gogh in 1888. Mensen
ingegeven door zijn weerzin tegen de term neerlan- luisterden sowieso slecht. Pas in de twintigste eeuw ONZE TAAL 2020 — 6
dicus. Zijn poging om met behulp van fakenieuws had je mensen die een en al oor waren. En met ogen
dit woord in diskrediet te brengen is dan ook jam- in hun rug. Maar dat was tijdens het kubisme en het
merlijk mislukt. Neerlandistiek is natuurlijk ook surrealisme, waarover volgende keer meer.
wel een leuk vak, maar geen grap.
RONALD SNIJDERS
23

