Page 15 - OnzeTaal_juni2020_HR
P. 15

dat omdat hij eindelijk weer eens schone kleren heeft   -  Welk vlek is zoo klein, dat het geene begraafplaats
            aangetrokken. Heerlijk!                            behoeft?
               Katharina Bilderdijk (1776-1830, de vrouw van Willem   -  Langzamerhand liet zijn meester hem toe ook wapens
            Bilderdijk) schreef rond 1820 een gedicht over een jong   te malen.
            overleden meisje en noemde haar daarin “des dorplings   -  (...) dat (...) bleek niet meer dan een slechte leeuwerik
            lust”. De lust van de dorpelingen. Klinkt nu bizar. Maar   te wezen.
            het betekende toen niet meer dan dat die dorpelingen
            haar heel graag zagen.                           Was het lezen en begrijpen van deze citaten voor u geen
               De betekenissen van wellust en lust zijn in de loop der   probleem? Of hebt u een van de volgende wenken nodig
            tijd smaller en negatiever geworden. Zoals bijvoorbeeld   om ze goed te kunnen begrijpen?
            ook gebeurd is met de woorden idioot en gesticht. In de
            negentiende eeuw kon men nog heel ernstig melding   vlek: ‘dorp’
            maken van “een geneeskundig gesticht voor minder-   malen: ‘schilderen’
            jarige idioten”. Nu klinkt dat idioot.             slecht: ‘gewoon’

            HATELIJK                                         En zo gaat dat voortdurend als je iets uit de negentiende
            Als dit gebeurt met woorden uit een andere taal – ze    eeuw leest. Een ‘badhuis’ blijkt een hotel aan zee te zijn,
            lijken op Nederlandse woorden, maar hebben net even   een ‘luchter’ is een kandelaar die niet aan het plafond
            een andere betekenis – dan wordt daar vaak de term valse   hangt maar gewoon op tafel staat. En met ‘onduitsche
            vrienden voor gebruikt. In het Duits is, zoals bekend, das   woorden’ worden on-Nederlandse woorden bedoeld.
            Meer ‘de zee’, en der See ‘het meer’. Het Duitse das Meer      En ook al weet je de correcte betekenis van die tijd, de
            en het Nederlandse het meer zijn ‘valse vrienden’. Het   moderne betekenis wordt stiekem, als je zo’n woord leest,
            Nederlands van de negentiende eeuw heeft ook van die   ook even in je hoofd geactiveerd (dat weten we uit de ex-
                                                             perimentele taalwetenschap). Dat blijft een lichte stoor-
       Stout betekende toen nog                              zender bij het lezen van die oude teksten. Ik kan bij het
                                                             lezen van de Camera obscura, waar mensen vaak wandelen
       ‘dapper’ of ‘moedig’.                                 met een ‘rotting’ (‘stok’) in de hand, maar niet wennen
                                                             aan dat woord rotting. Het roept een onsmakelijke associ-
                                                             atie op.

            ‘valse vrienden’, stout bijvoorbeeld. In de Camera obscura   VRIJEN
            van Hildebrand (Nicolaas Beets) kun je in een van de   Er zijn ook een paar heel gewone bijwoorden die toen iets
            verhalen lezen over een “stoute jongen”, een “stoute   anders betekenden. Zoals vast en straks. In de Camera
            wensch” en een “stoute gedachte”. Stout betekende   obscura wordt bijvoorbeeld ergens over een hond gezegd
            toen nog ‘dapper’ of ‘moedig’: een dappere jongen, een   hoe hij gaat liggen “om straks weer op te springen”.
            dappere wens en een moedige gedachte dus.        Straks is hier: ‘meteen’.
               En leest u de zinnen hierna eens. Ze komen ook       Petrus Augustus de Génestet (1829-1861) schrijft in een
            allemaal uit de Camera obscura. Begrijpt u precies wat    gedicht:
            er bedoeld wordt?
                                                               Gij, die in alle dingen
            -   In mijn oog waren er geen hatelijker boeken.   Slechts zonde vindt en schuld ...
            -  Een geestig schilder had op zijn gebod al de hoeden   Van leelijke gedachten
               veranderd (...).                                Is vast uw ziel vervuld.
            -  Dolf had voor deze gelegenheid een gelen stroohoed
               opgezocht, die hem vrij gemeen stond (...).   We zijn nu geneigd dat vast te lezen als: ‘ongetwijfeld’,
            -  Op dit gewichtig oogenblik was het dat de merkwaar-  maar De Génestet bedoelde dat die ziel daar aldoor, conti-
               dige Petrus Stastokius een Simonsverzuchting slaakte   nu, de hele tijd van vervuld was.
               (...).                                           Een mooi geval van een werkwoordelijke valse vriend is
            -  Het duurde een minuut of wat alvorens een eigenaar-  vrijen. Geeraard Jan Dodd (1821-1888) schreef een hele ge-
               dig sloffen in het voorhuis de aankomst eener bejaar-  dichtencyclus over de vrouw van wie hij hield: over hoe zij
               de keukenmeid verried (...).                  naar Indië vertrok, hij in Nederland achterbleef, en hoe zij
                                                             in Indië een andere partner vond. Hij schrijft dan: “En dat
            Leest u de zinnen nu nog eens, na eerst kennis te heb-  ze nu nog vrijde met mij / Waar mis, dat kan men besef-
            ben genomen van de betekenis van de bijvoeglijke   fen.” Vrijen met iemand is hier: ‘verkering hebben’. Die
            naamwoorden die erin voorkomen:                  betekenis kom je in sommige dialecten nog altijd tegen.
                                                                Want ja, ook daar, in onze huidige dialecten, kom je het
               hatelijk: ‘vreselijk, naar’                   verschijnsel van de ‘valse vrienden’ af en toe tegen.  
               geestig: ‘knap’
               gemeen: ‘ordinair’
               merkwaardig: ‘opmerkelijk’
               eigenaardig: ‘karakteristiek’                   Meer 19de-eeuwse valse vrienden
            ONDUITS                                            strop  ‘soort das’                                 ONZE TAAL 2020  —  6
            De dichter Albert Verwey (1865-1937) schreef over de    tas  ‘stapel’
            negentiende-eeuwse schrijver Potgieter: “(...) waar is de   bom  ‘trommel’
            europeesche dichter die de Romantiek zoo volledig en   borst  ‘jongeman’
            zoo eigenaardig heeft uitgesproken als hij?” Ook hier   kamp  ‘strijd’
            betekent eigenaardig ‘karakteristiek’. Nog maar wat van   maag  ‘verwante, familielid’
            die zinnen:                                                                                         15
   10   11   12   13   14   15   16   17   18   19   20