Page 15 - OnzeTaal_juni2019_HR
P. 15
omgeving af – zoeken ze vooral elkaar op, dan schiet het
met het Spaans niet op. Bij de Spanjaarden hebben de
‘holandeses’ over het algemeen een goede naam, zowel
bij de buren en de winkelier als in het voetbal en het
bedrijfsleven. ‘Hoe kan het dat jullie je talen zo goed
beheersen? Ik ken niemand anders zo’, is een vaak
gehoord compliment.
HANDICAP
De verklaring voor de vreemdetaalbeheersing van
Nederlanders is altijd: Engelsen, Fransen en Duitsers
komen, net als de Spanjaarden zelf, uit een groot land
met een grote taal en denken dat ze het daarmee overal
wel redden, dat de ander hén maar moet begrijpen.
Nederlanders zijn zich ervan bewust dat ze in hun eigen
taal nergens anders te verstaan zijn, dus doen ze hun
Er is altijd die overwinteraar
die bij de groentewinkel in
Benidorm zegt: ‘Un bloemkool,
por favor.’
best, al is er altijd die overwinteraar die bij de groente-
winkel in Benidorm met de vinger wijst en zegt: ‘Un
bloemkool, por favor.’ (Nog zo’n valstrik: in het Spaans
komt de kool vóór de bloem: coliflor.)
Iets anders is dat we, ondanks onze bereidheid tot
leren, onze tongval nooit helemaal kwijtraken. Of, vol-
gens de Spanjaarden: ‘Jullie praten allemaal net als
Cruijff.’ Wat dat accent betreft: een vanuit het Neder-
Koningsdagvrijmarkt in Benidorm. lands geërfd ‘gebrek’ is in het Spaans wel een heuse
handicap. De r. En, sterker nog, de rr. Weinig talen in de
wereld hebben zo’n geprononceerde r, een tongpunt-r ,
als het Spaans. Het grootste deel van de Nederlanders
heeft een keel-r, of een gehemelte-r, of die Gooise of
Rotterdamse r, maar in ieder geval eentje die altijd heel
IMPERFECTO ver weg blijft van de tong. En dan is het moeilijk om die
Maar die valse vrienden en woordgeslachten zijn alle- in het Spaans zo lekker te laten rollen.
maal wel te leren; het gaat tenslotte om woorden die in Of om een goed onderscheid te maken, iets waar de
het dagelijks leven vaak voorbijkomen. Lastiger is het Spanjaarden heel streng in zijn: je hebt pero en perro.
met dingen die we helemaal niet kennen, zoals de ‘im- Het eerste betekent ‘maar’, het tweede ‘hond’. Nou
perfecto’, een verleden tijd die in het Nederlands geen blijkt uit de zin wel welke per(r)o je gebruikt, maar het is
equivalent kent. “Het blijkt voor Nederlanders heel gewoon lelijk, een hond zonder een rollende r, die echter
moeilijk te leren wanneer je die precies moet gebrui- ook weer niet overdreven lang mag rollen. En nu we het
ken”, vertelt María José Campos, een Spaanse die jaren- toch over de r hebben: je zou hem in het Spaans ook zo-
lang in Rotterdam woonde en aan de Costa del Sol maar op de verkeerde plek zetten, want het woord voor
Spaanse les geeft. “De imperfecto wordt onder andere ‘krokodil’ is cocodrilo.
gebruikt bij handelingen die in het verleden bij herha-
ling plaatsvonden, maar het verschil met de ‘indefinido’ LEKKER DING
is moeilijk aan te voelen.” Ze zijn beide een vorm van Het Spaans is niet een heel moeilijke taal – uitzonderin-
onvoltooid verleden tijd. Zowel bij ‘Juan comía patatas’ gen op de regels zijn er lang niet zo veel als in het Neder-
als bij ‘Juan comió patatas’ at Juan aardappelen, maar lands. Het gaat vaak om kleine dingetjes, die trouwens
in het eerste geval deed hij dat regelmatig, bijvoorbeeld wel voor grote verschillen kunnen zorgen. Ook weer zo-
toen hij jong was, en in het tweede at hij gisteren tijdens iets wat in het Nederlands niet bestaat: ser en estar, de
de lunch aardappelen. “Weet je wat de Nederlanders twee werkwoorden voor ‘zijn’ (zie ook de column van de
dan meestal als uitvlucht hebben?”, zegt Campos. “Dan Taalprof op blz. 17 – red.). Dit is geen Spaanse les, en de ONZE TAAL 2019 — 6
gebruiken ze voor alles maar de voltooid tegenwoordige ruimte is te klein om het verschil goed uit te leggen,
tijd: ‘Juan ha comido patatas.’” En ook dat is niet altijd maar één voorbeeld is in het #metoo-tijdperk misschien
goed. wel illustratief. Wil een aimabele man tegen een vrouw
Maar dit is eigenlijk al een beetje Spaans voor gevor- zeggen dat ze een goed mens is, of ergens goed in – wis-
derden. En echt verwijten kun je het de Nederlanders kunde, schilderen of wat dan ook –, dan zegt hij: ‘Eres
niet; ze probéren het in ieder geval. Ze nemen les, pro- buena’ (komt van ser). Zegt hij echter ‘Estás buena’, dan
beren te integreren, al hangt dat een beetje van de leef- vindt hij haar een ‘lekker ding’. 15

